Zigzagkind in oversteekboek
‘Je hebt mensen die een cirkel zijn, mevrouw, en je hebt mensen die in bochten gaan, en je hebt kinderen in de vorm van, zeg maar, een driehoek, dat kan toch? En je hebt ook zigzagkinderen!’
Infographic David Grossman (50 kB)
Aan het woord is Felix, de zelfverklaarde wisselmens (‘reizende acteur, goochelaar, dief – van geld en harten’) die een van de hoofdrollen vervult in de tragikomedie Het zigzagkind van de Israëlische auteur David Grossman. Toch heeft hij het niet over zichzelf, maar over de bijna dertienjarige Nono Feierberg. Nono is een bijzondere, vroegwijze jongen die als halfwees is opgevoed door zijn vader, een ‘hoge ome bij de recherche’. Om Nono voor te bereiden op ‘een leven vol strijd, uitdagingen en gevaar’ organiseert zijn vader speciaal voor hem aan de vooravond van zijn bar mitswa een treinreis met verrassingen. Maar één van de verrassingen, het optreden van de oude Felix die de trein kaapt en Nono meeneemt, blijkt niet gepland. Felix vervult al Nono’s droomwensen – een trein besturen, rijden in een Bugatti, in vermomming vluchten voor de politie, voor niets eten in een sjiek restaurant, een grote ster ontmoeten – en hij ontsluiert en passant de geheimen rondom de dood van zijn moeder.
‘Ik had nog nooit zoveel nog-nooits op één dag gehad’, zegt Nono, die tegelijk met alle wilde gebeurtenissen ook een spoedcursus volwassenwording krijgt. En dat niet alleen: als hij te horen krijgt onder welke krankzinnige omstandigheden zijn vader en moeder elkaar ontmoetten (de rechercheur zat de dievegge na in een chocoladefabriek), merkt hij op: ‘Soms denk ik dat er misschien op dat moment in de hemel besloten werd dat ik verhalen zou verzinnen.’ Het zigzagkind gaat namelijk ook over de wording van een schrijver. Nono schrijft zijn verhaal op als hij veertig is – dezelfde leeftijd die zijn schepper David Grossman had toen hij de roman schreef – en reconstrueert hoe hij ontdekte dát hij een verhaal kon vertellen, en hoe hij dat het beste kon doen.
De spelletjes met de vertelsituatie (de oudere Nono laat zien welke trucs een schrijver zoal uithaalt) geven het begin van de roman iets ongemakkelijks. Maar vanaf het derde hoofdstuk wordt de taal glashelder, en is het verhaal van de twee schelmen Felix en Nono als een rit in de achtbaan – waarbij de karretjes zijn vervangen door achtereenvolgens een locomotief, een race-auto, een zeldzame Kever, een bulldozer, een motor met zijspan en een Humber oldtimer. Never a dull moment in Het zigzagkind, en onderwijl slaagt Grossman er niet alleen in om Felix en Nono (en ook nog Nono’s stiefmoeder Gaby) tot mensen van vlees en bloed te maken, maar ook om echte ontroering teweeg te brengen. Kruimeltje is er niets bij.
‘Misschien’, schrijft Nono wanneer hij in het begin van het boek heeft kennisgemaakt met de springerige Felix, ‘was ik juist daar zo van onder de indruk, dat je net zo kunt zijn als ik, maar dan volwassen.’ De lezer van deze roman is vooral onder de indruk van het feit dat Grossman erin slaagt een crossover-boek te schrijven dat voor jong even aantrekkelijk is als voor oud.
Het zigzagkind was het vierde boek voor volwassenen van Grossman, die een kinderboekenserie op zijn naam heeft staan en in de meeste van zijn romans kiest voor het perspectief van een jongetje. Het verhaal wil dat hij deze roman schreef voor zijn zoon Uri, misschien wel om hem voor te bereiden op ‘een leven vol strijd, uitdagingen en gevaar’. Geen wonder dat het doodsbericht van Uri Grossman, als dienstplichtig soldaat omgekomen tijdens de Israëlisch-Libanese oorlog van deze zomer, zelfs de kunstpagina’s van de Nederlandse kranten haalde.
Reacties: steinz@nrc.nl
