FBI volgde jarenlang Bobby Fischer

Jurryt van de Vooren

{Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad op 22 november 2002} Het nieuws eerder deze week dat de FBI jarenlang schaker Bobby Fischer in de gaten hield wegens verdenking van communistische sympathieën staat haaks op zijn legendarische tweekamp in 1972 tegen de Rus Boris Spasski. Deze `Match van de Eeuw' was een Koude Oorlog op het bord. Dat juist Fischer als symbool van het Westen door de FBI werd gewantrouwd is een grap van de geschiedenis, die in een normaal hoofd niet opkomt.

Fischer had iets leuks verzonnen toen de eerste partij nog gespeeld moest worden: hij sloop de kamer van zijn tegenstander binnen en legde een brief op het nachtkastje naast de slapende Spasski. Toen die wakker werd en zag wat er was gebeurd, zou hij volgens J.H. Donner hebben gezegd: ,,De vijand was hier en heeft mij slapend aangetroffen en heeft mij niet gedood.''

Het incident tekent de ijzige sfeer waarin gespeeld werd. Over alle procedures werd gesteggeld tussen de Amerikanen en Russen: de locatie, of de vrouwelijke toeschouwers hoge hakken mochten dragen, het prijzengeld en nog veel meer. Max Euwe, de Nederlandse voorzitter van de internationale schaakfederatie, heeft enorm veel energie gestoken in een goede afloop, die dan weer wel en dan weer niet was gegarandeerd. Volgens Max Pam verwierf Euwe door zijn inspanningen de bijnaam `De Adenauer van de schaakwereld'.

De strijd was namelijk een botsing tussen culturen, wereldbeelden, ideologieën en opvattingen over de schaaksport. Donner zette dat duidelijk uiteen in zijn boek over de tweekamp. Het Russische schaken kreeg na de Revolutie van 1917 een enorme impuls toen het onderdeel werd van de opvoeding van de jeugd. Meteen na afloop van de Tweede Wereldoorlog begon de Russische hegemonie toen op de zogenaamde `Victory Radiomatch USSR-USA' de Amerikanen genadeloos van het bord werden geveegd. Het staatsblad Pravda sprak over marxistisch-leninistisch schaken, om aan te geven dat het om meer ging dan een gedeeld tijdverdrijf.

Fischer meende juist dat zijn concurrenten het spel doodden en trok ten strijde. Hij had alleen de pech dat hij in een verkeerde cultuur was opgegroeid, met schaken als ondergeschikt gebeuren. `Pokeren is hun nationale spel', schreef Donner, `voortgekomen uit een traditie van expansie naar het westen, van pistoolslingerende vrouwenhelden, die bij koeien en paarden sliepen.' Toen Fischer de handschoen opnam, droegen enkele landgenoten hem daarom voor als `Man van het jaar', omdat hij de wereld had laten zien dat er ook Amerikanen met hersens waren.

Het ging er hard aan toe tijdens de tweekamp. Fischer weigerde bijvoorbeeld op te komen voor de tweede match omdat er filmcamera's waren. Ondanks een makkelijk punt was Spasski hiervan dagenlang van slag. Fischer won uiteindelijk de schaakoorlog en was de nieuwe wereldkampioen. Maar zou hij dan toch een dubbelspion zijn geweest?

Gepubliceerd in:
Sport