Spaanse hondenbrokken geliefd in wielerpeloton

Door onze redacteur Maarten Scholten

Bloeddoping is in duursporten als wielrennen, langlaufen en atletiek eenvoudig niet meer weg te denken, zegt sportarts Berend Nikkels. „Als je het goed doet, loop je bij de dopingcontrole geen enkel risico.”

Breda, 30 juni. Dokter Berend Nikkels haalt een kartonnen envelop uit een kast in zijn praktijk, met twee ondoorzichtige, luchtdichte plastic zakken. „Hondenbrok noemen ze dit in het peloton”, zegt hij. „Komt uit Spanje en heet officieel oxyglobine, een bloedachtige stof, ongeveer 300 cc per verpakking. Het is gedenatureerde, immunologisch neutraal gemaakte bovine, runderbloed. Dit spul is voor veterinair gebruik, bijvoorbeeld voor hondjes die na een baarmoederoperatie dreigen te verbloeden. Alleen in Zuid-Afrika is het al toegestaan om bij mensen te gebruiken.”

Nikkels is huisarts in Breda en begeleidt een aantal Nederlandse toppers in de atletiek en het wielrennen. Van 1999 tot 2001 was hij arts van de schaatsploeg van SpaarSelect, met Gianni Romme, Erben Wennemars en coach Peter Mueller. Hij geldt in Nederland als een van de weinige insiders op het gebied van bloeddoping. De ‘hondenbrok’ of oxyglobine illustreert volgens Nikkels in welke hoek de nieuwste trend moet worden gezocht. Oxyglobine blijkt geen wondermiddel, maar betere opvolgers zijn in de maak. „Het is een bloedvervanger en juist op dat terrein zie je momenteel enorme ontwikkelingen. Kunstbloed, om het populair te zeggen. Daar gaan we binnenkort de eerste gevallen van krijgen.”

De aanloop naar de Tour de France, die morgen begint in Straatsburg, wordt volledig gedomineerd door het bloeddopingschandaal in Spanje, waar eind mei een netwerk werd opgerold. Ploegleider Manolo Saiz en arts Eufemanio Fuentes zaten enige tijd vast, 58 wielrenners zouden betrokken zijn, onder wie grote namen. Naar aanleiding van de bewijsstukken van het Spaanse onderzoek schorste de ploegleiding van T-Mobile vanmorgen de renners Jan Ullrich en Oscar Sevilla en Rudy Pevenage, de persoonlijk begeleider van Ullrich.

Terwijl Tourdirectie en media jagen op de schuldigen, schetste Nikkels eerder deze week de praktijk. Bloeddoping is in duursporten als wielrennen, langlaufen en atletiek geen kwestie van schuld of onschuld. Het is eenvoudig niet meer weg te denken. De affaire in Spanje verbaast hem niets. „Van atleten en wielrenners die ik begeleid, weet ik dat ze daar al een jaar of zes flink bezig zijn. Dit wereldje is niet zo groot. Je had in Spanje twee cellen, in Italië ook, en in Oostenrijk één. Noem het groepen of adressen. Daar is alles te krijgen.”

De Spaanse methode van bloeddoping is volgens de 47-jarige arts niets nieuws. „Het gaat om een arts die een bloedbank beheert. Het is een combinatie van de ouderwetse bloedtransfusie, die sinds drie jaar weer helemaal terug is, en epo-gebruik. Sporters werken buiten het seizoen hun bloed op naar een overtal. Dan tap je een of twee zakken bloed af. Dat prepareer je en houd je achter in de koeling. Intussen kun je met eprex [handelsnaam van epo] het gehalte van het achtergebleven bloed weer een beetje opporren. En je hebt drie tot zeven maanden om het verrijkte bloed uit de koeling terug te zetten. Noem het een hematologische reservetankje. Onder goede medische omstandigheden is deze methode niet onverantwoord. En als je het goed doet, loop je bij de dopingcontrole geen enkel risico.”

Er zijn de afgelopen jaren toch renners betrapt op epo-gebruik? Nikkels: „Het is bluf van de dopingjagers dat epo steeds beter valt op te sporen. Dat is gewoon niet waar. De aranesp, de opvolger van eprex, was makkelijk te traceren. Terwijl sporters juist dachten dat het niet zo was. Wat dacht je van FC Vlaanderen in het veldrijden? Ze reden met z’n allen op kop, het hele seizoen. Die zaten aan de aranesp. Op dit moment geldt: eprex kun je gebruiken in beperkte doses, zonder risico’s te lopen bij de controle.”

Zelfs tijdens de Tour, onder druk van dopingcontroleurs én justitie, is volgens de Nederlandse arts bloeddoping mogelijk. „Je kunt altijd wat doen, maar in Frankrijk zijn de risico’s enorm. Denk aan mevrouw Frigo, die met de auto werd aangehouden. Daar staat tegenover dat wie risico’s neemt, een gerede kans heeft om goed te scoren. Dopingjagers klagen altijd over oneerlijke competitie. Maar juist dit restrictieve beleid werkt ongelijkheid in de hand. Degene met een grote zak geld kan iets organiseren. Winnen wordt een financiële kwestie, je krijgt een grotere kloof tussen rijk en arm. Kijk naar de bedragen in het Spaanse schandaal. Een kopman legt 70.000 euro per seizoen neer voor zijn medische begeleiding. Dat is meer dan het jaarsalaris van de meeste knechten. Zo keer je terug naar het ouderwetse systeem. De beste renners konden de soigneurs met het grootste ‘valies’ inhuren. Hoe meer je in je koffer had, hoe duurder je als verzorger kon zijn. Zo werkt het momenteel weer. Sportmedisch was het tien jaar geleden beter geregeld dan nu.”

Nikkels doelt op de periode vóór de ‘Tour Dopage’ van 1998, met de affaires bij Festina en TVM. Tot dat moment gold in het profpeloton een gedoogcultuur. Epo-gebruik mocht, tot een hematocrietwaarde van 50. Grote wielerploegen organiseerden zelf de medische begeleiding. „Ik vind dat een perfect systeem. Je moet dit probleem in de allereerste plaats bekijken vanuit de gezondheid van de renners. Het rijden van een Tour de France is niet gezond. Na een aantal dagen worden renners patiënten met bloedarmoede. Dan kun je zeggen: ze kunnen er toch mee stoppen? Maar voor die renners is het hun vak. Dat vak kun je gezonder maken.”

Onlangs beklaagde ex-Rabo-arts Geert Leinders zich er in het jubileumboek van de ploeg over dat in de huidige dopingdiscussie het gezondheidsaspect onderbelicht blijft. Nikkels pleit voor opschoning van de lijst met verboden middelen. „Ik ben voor een regulering van geregistreerde medicijnen als epo. We kennen de risico’s, die zijn niet onaanvaardbaar groot. Bloedtransfusie vind ik de facto geen doping. Het is prestatiebevorderend, oké. Maar het gaat over iets dat in de duurtopsport algemeen gangbaar is. Dat moet je tegen elkaar afwegen. Vervalst het de competitie, of houdt het profsporters op een goede manier gezond? Ik zou willen dat er voor dit soort middelen een licentiesysteem komt. Ploeg- of bondsartsen zouden het moeten begeleiden. Dat is de enige weg.”

Sinds de Tour van 1998 ontwikkelt de praktijk zich in tegenovergestelde richting. In landen als Frankrijk, Italië, België en nu ook Spanje treedt justitie keihard op tegen doping in de sport. Controles worden steeds agressiever. De twintig grootste wielerploegen tekenden een ‘ethisch charter’, om elke vorm van dopegebruik tegen te gaan. Het werd de ondergang van Manolo Saiz, die toch voor zijn renners bleef zorgen. „Het enige effect van al die repressie is dat renners zelf op zoek gaan”, zegt Nikkels.

Met alle risico’s van dien. De Bredase huisarts wijst op gevaarlijke bloedvervangers als PFC, RSR-13 en de ‘hondenbrok’ oxyglobine, die in het peloton al werden gebruikt voordat ze veilig waren getest als medicijn. Wielrenners als proefkonijnen. Nikkels kijkt met angst en beven naar het nieuwste middel: repoxygen, de genetische variant van bloeddoping. „Ze proberen intercellulair stukjes DNA te injecteren om de aanmaak van je eigen epo te stimuleren. Maar hoe rem je dat proces? Levensgevaarlijk spul! Makkelijk om te maken, het ís al gemaakt. Ik sluit niets uit, maar ik heb nog geen enkele aanwijzing uit het veld dat het wordt gebruikt.” Toch werd hijzelf in februari van dit jaar met het middel in verband gebracht, in het proces tegen de Duitse atletiektrainer Springstein. In een e-mail zou hij Nikkels hebben gevraagd om repoxygen. „Ik heb een keer informatief met Springstein gesproken”, zegt Nikkels. „Daarna heb ik hem een keer gemaild, maar niet over repoxygen. Het is niet eens een geregistreerd medicijn. En daar ligt voor mij absoluut de grens.”

Verboden kunstgrepen

Voor prestaties hebben de spieren zuurstof nodig, en dat wordt aangevoerd in rode bloedcellen. Voor een duursporter heeft het nut om het gehalte rode bloedcellen te verhogen.

Hij kan op hoogtestage gaan, maar er zijn allerlei verboden kunstgrepen. Bloedtransfusie is de ouderwetse methode. Erg handig is het niet. Er moeten grote zakken met bloed meegenomen worden en bovendien vereist het hygiënisch werken met een dik infuus. Veel aantrekkelijker is het om het lichaam zelf extra bloedcellen te laten aanmaken.

Dat kan met erythropoëtine, kortweg epo. De nier maakt het van nature: epo zet het beenmerg aan om extra rode bloedcellen te produceren. Als medicijn is het eigenlijk bedoeld voor nier- en of kankerpatiënten met bloedarmoede, maar als bloeddoping was het ideaal. Het gaat mee in injectienaalden. Medicinale epo is nauwelijks te onderscheiden van de natuurlijke vorm, dus onvindbaar. Als het middel uit het bloed verdwenen is, werkt het effect nog door: die extra rode bloedlichaampjes zijn er immers al.

Sinds zes jaar wordt er bij de dopingcontrole ook op epo getest, al bestaat over de betrouwbaarheid discussie. Vandaar dat dopingartsen grijpen naar de oude truc: bloedtransfusie. Het minst opvallend is de ‘bloedbank’-aanpak, waarin een renner eerst bloed aftapt, en het tijdens de koers weer terugkrijgt. Bewerkt dierlijk bloed (zoals oxyglobine) of kunstbloed zijn het alternatief.

Repoxygen gaat verder. Het is een experimentele therapie, waarbij het menselijke epo-gen in de spieren wordt gespoten. Het effect: meer epo-productie, en onvindbaar – het is de natuurlijke vorm. De therapie heeft nog een voordeel. Het is mogelijk om het epo-gen alleen aan te zetten als het zuurstofgehalte in de spier te laag wordt: doping op bestelling.

Bloeddoping is er in tal van soorten

  • ‘Klassieke’ bloedtransfusie: Bloed wordt ruim van tevoren bij de atleet afgenomen en vlak voor een belangrijke wedstrijd weer ingebracht.
  • Epo: Medicijn dat de aanmaak van rode bloedlichaampjes stimuleert. Geldt sinds eind jaren 80 als wondermiddel.
  • PFC: Bloedvervanger, ontwikkeld tijdens de Vietnam-oorlog. In 1988 bekend bij het IOC onder de naam Fluosol. Breekt ook het immuunsysteem af.
  • RSR-13 en HemAssist: Bloedvervangers, die nog in een prille testfase waren toen ze in 2001 opdoken in de Ronde van Italië.
  • Aranesp: Sterkere variant van epo, maar makkelijker op te sporen.
  • Oxyglobine: Stieren- of koeienbloed, aanvankelijk gebruikt bij honden. Was korte tijd populair, maar is minder effectief dan epo of bloedtransfusie.
  • Bloedtransfusie-plus: Combinatie van bloedtransfusie en epo. Eerst met donorbloed, nu alleen nog eigen bloed.
  • Repoxygen: Genetische variant van bloeddoping. Pas in eerste testfase, maar makkelijk te maken.
Gepubliceerd in:
Sport
Doping
Middelen en methoden
Deskundigen