Curling wil af van stoffig imago

Door Michiel Dekker

Met coaches uit curlingnatie Canada hopen de Nederlandse ploegen de Olympische Spelen van 2010 te bereiken. „Curling in Canada is als voetbal in Nederland."

Zoetermeer 23 nov. Cindy Bishop (53) is coördinator bij een van de kleinere van de 23 curlingclubs in Toronto. De curlingafdeling van The Weston Golf and Country Club telt zo’n vierhonderdvijftig leden, drie keer meer dan de Nederlandse Curling Bond (NCB), waar ze de komende drie weken als coach in dienst is. „Gelukkig kwam ik hier voorbereid aan. Dit is zó anders. Ik ga van acht curlingbanen per club naar drie banen in een heel land.”

De NCB presenteerde woensdagavond de mannen- en vrouwenploeg die in december deelnemen aan de Europese kampioenschappen in het Duitse Füssen. Het is het begin van een traject dat moet leiden tot deelname aan de Olympische Winterspelen van 2010 in Vancouver, had topsportcoördinator Koen van Nol vooraf gemeld.

Met de status ‘high potential sport’ en bijbehorende subsidies van sportkoepel NOC*NSF kon de bond vorig seizoen Bill Charlebois aantrekken: een hoofdcoach uit Canada, waar een miljoen curlingspelers zijn geregistreerd, 90 procent van het wereldwijde aantal beoefenaars.

Maar op het moment dat woensdagavond in Minsk de EK-kwalificatiewedstrijd tussen het Nederlands elftal en Wit-Rusland begon, zaten de curlingploegen in Zoetermeer tegenover één verslaggever. „Curling in Canada is als voetbal in Nederland”, zei Charlebois (67). „Mensen gebruiken de zomervakantie als voorbereiding en trainen vijf keer per week. In Canada heb je misschien wel duizend teams van het niveau van de Nederlandse nationale ploeg. Die zou daar gewoon een goed clubteam zijn.”

Groot in Canada

De Canadese Shari Leibbrandt (41) speelde jarenlang voor drie clubs in Calgary en maakt sinds 2004 deel uit van de Nederlandse vrouwenploeg. „Curling is de best bekeken en best gewaardeerde sport in Canada na ijshockey”, zei Leibbrandt. „Bij de staking van de profijshockeyers in 2005 was er elke dag curling op tv. In Canada is het een sociaal familiespel dat je leert van je ouders of grootouders. Veel clubs hebben ook een eigen restaurant en elke school heeft zijn eigen teams. En doordat het een wintersport is wordt het veel gespeeld door seizoenswerkers, zoals boeren.”

Charlebois, die zelf als speler provinciekampioenschappen behaalde, begeleidde eerder jeugdkampen van de Canadese bond, met onder anderen Cindy Bishop. Hij haalde haar over naar het curlingontwikkelingsland te komen waar hij zelf van september tot en maart werkt. Bishop neemt de coaching van de Nederlandse vrouwenploeg richting de EK op zich, zodat de bondscoach zijn handen vrij heeft voor de mannen, die met Reg Wiebe (45) ook een geboren Canadees in de gelederen hebben.

De Nederlandse teams trainen in ijshal Silverdome in Zoetermeer, dat sinds 2002 drie curlingbanen huisvest. Leden van de clubs in Utrecht, Tilburg en Heerenveen spelen op omgebouwde ijshockeybanen. De twee Canadese coaches werken met spelers die niet zuiver op sportieve criteria zijn geselecteerd. Reisafstand, maatschappelijke carrière en gezinsuitbreiding zorgen voor een bijna jaarlijks wisselende samenstelling van de nationale teams, die wekelijks zo’n twaalf uur trainen.

Imago

„We zijn op de goede weg”, zei Charlebois. „Ik heb veel technisch werk moeten verrichten. Ze trainden in Nederland te weinig en niet goed genoeg. Maar de wil om te leren is hier geweldig. Dat is het voordeel van een klein curlingland. Bovendien zullen ze wel moeten, als ze bij de Europese top willen komen. Maar om het niveau te verbeteren zullen we ook veel tijd moeten steken in promotie en ontwikkeling van de sport. Dat curling hier onbekend is, werkt niet frustrerend, maar motiverend.”

De NCB hoopt op meer aandacht, erkent Margrietha Voskuilen van de vrouwenploeg. „Het imago is stoffig. Een sport voor ouwe lullen. Vooral door het vegen, hè. ‘Ja, daar zijn vrouwen goed in’, hoor je dan. Maar bij clinics die wij geven, stappen mensen altijd weer verbaasd van het ijs. Curling is een technische, tactische en fysieke sport waarvoor je ook mentaal sterk moet zijn. Het is ook een spectaculaire sport, maar dat ervaar je vooral als je het doet. Ik ben er nog lang niet op uitgekeken.”

Olympische Spelen

Een internationaal aansprekende prestatie kan de NCB een hoop werk uit handen nemen, beseft Charlebois. Dus mikt de bond met twee ploegen op deelname in Vancouver, waar de curlingteams van Canada een gouden (mannen) en een bronzen (vrouwen) olympische medaille gaan verdedigen. Daartoe zullen beide ploegen zich bij de EK moeten ontworstelen aan de B-groep, omdat slechts A-landen zich plaatsen voor de WK, waar startbewijzen voor de Winterspelen zijn te behalen.

„Het is lastig je uit de grote B-groep te knokken”, zei Charlebois. „Het niveau wisselt sterk tussen de landen en daardoor is het lastig tien wedstrijd constant te spelen. Ik denk dat kwalificatie voor de WK en Olympische Spelen echt mogelijk is, maar gezien het aantal curlingspelers in Nederland moet je ook gewoon flink geluk hebben.”

Precisiesport met Schotland als bakermat

Curling is ontstaan in de zestiende eeuw in Schotland, waar de wereldbond nog steeds is gevestigd, en is te vergelijken met precisiesporten als petanque en bowls maar wordt gespeeld op een ijsbaan van zo’n veertig meter lang en vier meter breed.

Doel van de twee teams met vier spelers is zo veel mogelijk van de acht granieten stenen per ‘end’ (beurt) in het centrum van het ‘huis’ (bestaand uit twee gekleurde cirkels) te schuiven. Een wedstrijd bestaat uit tien ends.

Voor een curlingwedstrijd wordt de baan voorzien van een fijne spray van waterdruppels, die de gegooide stenen een voorspelbare, rechte baan geven.

De stenen kunnen van hun baan afwijken doordat de speler een draaiende beweging (‘curling’) kan meegeven bij het gooien. Ook hebben de spelers van elk team bezems met een wrijfblok, bedoeld om het ijs op te warmen. Daardoor kan de baan van de steen in richting en in lengte worden beïnvloed.

Gepubliceerd in:
Sport