Gesink blinkt uit in Vuelta

Robert Gesink.
Door onze redacteur Maarten Scholten

Wielrenner Robert Gesink klom na drie bergetappes naar de tweede plaats in de Ronde van Spanje. Zijn aanval op leider Alejandro Valverde strandde pas in de laatste kilometer bergop.

Rotterdam, 14 sept. Meter voor meter klauterde Robert Gesink weg bij klassementsleider Alejandro Valverde, op de steilste flanken van de Sierra de la Pandera, de gevreesde slotklim in de veertiende etappe van de Ronde van Spanje. Even leek de Nederlandse nummer twee in het klassement met een ultieme aanval op weg naar de goudkleurige leiderstrui. Zes seconden voorsprong, acht, tien, twaalf. Heroïek in regen en mist. De ranke klimmer uit Varsseveld in een gevecht van alles of niets tegen de Spaanse leider, in eigen land gesteund door volop schreeuwende en duwende fans.

Na afloop van de door de Italiaan Damiano Cunego gewonnen rit moest Gesink (23) gisteren concluderen dat zijn poging weinig had opgeleverd. Op wonderbaarlijke wijze en met hulp van landgenoten uit andere ploegen kwam Valverde in de slotkilometer sterk terug en pakte zelfs nog vier seconden winst op de Rabokopman. „Ik koos een goed moment om aan te vallen”, zei Gesink op Rabosport.nl. „Alleen jammer dat ik niet tot de finish kon doortrekken.”

Na drie opeenvolgende ritten in Andalusië met aankomst bergop, vooraf gezien als het zwaartepunt van de 64ste Vuelta, staat Gesink tweede in het algemeen klassement op 31 tellen van het amarillo. De Spanjaard Samuel Sanchez is derde op 1.10 minuut, de Italiaan Ivan Basso vierde op 1.28. Met nog één echte bergetappe (vrijdag) en een vlakke tijdrit (zaterdag) te gaan, daagt voor Gesink het podium. „De eindzege is normaal gesproken niet meer mogelijk”, concludeerde Rabo-ploegleider Adri van Houwelingen. „Maar ik verwacht wel dat Robert zijn tweede plaats kan vasthouden.”

In de geschiedenis van de Ronde van Spanje behaalden slechts vier Nederlanders het erepodium in Madrid. Jan Janssen (1967) en Joop Zoetemelk (1979) stonden op de bovenste trede. Jan Lambrichs (1946) en Rini Wagtmans (1969) eindigden als derde. De tweede plaats in een van de drie grote wielerrondes ging voor het laatst naar een Nederlander in 1988: Erik Breukink in de Giro en Steven Rooks in de Tour.

Nadat Gesink vrijdag met een aanval in de slotkilometer tijdwinst had geboekt op al zijn concurrenten, passeerde hij zaterdag in het klassement Cadel Evans. De Australiër reed lek vlak voor de top van de voorlaatste klim. Minimaal een minuut prutste een neutrale materiaalverzorger aan het wiel, voordat de ploegleidersauto van Silence-Lotto met een nieuwe fiets langszij kwam. Tijd om terug te keren was er niet. De laatste klim volgde direct na een korte afdaling. De favorieten gaven voorin gas om de in het peloton weinig geliefde Evans op achterstand te zetten.

Huilend en scheldend arriveerde de 32-jarige renner aan de finish, meer dan een minuut na de toppers in het klassement. „Dit heb ik niet verdiend”, treurde Evans op de site cyclingnews.com. „Imbecielen”, noemde hij de neutrale materiaalverzorgers en ook de fotografen zouden hem hebben gehinderd. „Vandaag hebben we de Vuelta verloren”, zei ploegleider Marc Wauters. Evans is nu vijfde in het klassement, op 1.51 van leider Valverde.

Gesink werd zaterdag in de rit naar de Sierra Nevada (2.380 meter hoogte) goed gesteund door zijn ploeg. Koos Moerenhout, Pieter Weening en Juan-Manuel Garate gingen mee in een vroege vluchtgroep en lieten zich later terugzakken om hun kopman van dienst te zijn. De ploegen van Liquigas (Basso) en Caisse d’Epargne (Valverde) zorgden voor een straf tempo. Tom Danielson (maagproblemen) en Cunego vielen weg uit de top van het klassement en vrijwel alle vroege vluchters werden teruggepakt. Alleen de Franse routinier David Moncoutié liet zich niet meer inhalen en won de rit.

Ook de rit van gisteren werd gewonnen door een renner uit een vroege ontsnapping: Cunego. Rabo had nu met Bram Tankink een renner mee voorin, die Gesink op de slotklim nog even kon helpen. Ook Weening stond zijn kopman sterk bij in het eerste deel van de Pandera, een klim van 8,4 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van acht en pieken tot wel dertien procent.

Bij de andere Nederlandse ploeg, het debuterende Vacansoleil, blijven de prestaties op van Johnny Hoogerland opvallen. Zaterdag eindigde de 26-jarige Zeeuw als veertiende, gisteren ging hij opnieuw lang met de beste klimmers mee. In zijn eerste grote ronde staat Hoogerland op de twaalfde plaats in het algemeen klassement.

Gepubliceerd in:
Sport