Nederlandse boot kraakt al voor begin van de race
Tijdens de havenrace bij Alicante boorde het jacht van de Russen zaterdag een gat in NED 1. De reparatie vergt vier dagen. „Dit is het laatste wat wij konden gebruiken.”
Alicante, a/b Ned 1. Luid geschreeuw op het dek. De boot van Delta Lloyd kraakt en de huid scheurt open als de steven van de Killer Whale zich in de zijkant boort. En nog een keer. Het jacht van de Russen stuitert terug en ramt vervolgens de startboot. Wat achterblijft is een gat in de romp van de voormalige Black Betty. Met grote stukken tape dichten de zeilers het gat provisorisch. „Blijven zeilen”, roept iemand vanuit de kajuit als blijkt dat de schade in de buik van de boot te overzien is. „De Russen doen de naam van hun boot eer aan”, zegt Ger O’Rourke, de Ierse schipper van het Nederlandse jacht. „Dit is het laatste wat wij konden gebruiken.”
Aan boord bij de NED 1:
Team Delta Lloyd had in Alicante een andere start gewenst van de tiende Ocean Race. De onbeholpen actie van de Russische deelnemer bij de start van de havenrace vergt een vier dagen durende reparatie. En komende zaterdag moet ‘NED 1’, het zeilnummer op de boot van O’Rourke, met de acht boten tellende vloot klaar zijn voor de eerste etappe naar Kaapstad.
Serie van fotograaf Rien Zilvold:
„We krijgen het wel voor elkaar”, zegt coach Maurice Paardenkooper bemoedigend. Hij stond met zijn neus boven op de aanvaring. „Domme actie van de Russen. Er was absoluut geen ruimte tussen onze boot en de startboot.”
Maar Paardenkooper, in Qingdao verantwoordelijk voor de zilveren medaille van de Yngling-ploeg, laat zich niet ontmoedigen door tegenslag. Hij stampte de afgelopen drie weken een team uit de grond dat de komende negen maanden de zwaarste zeilrace ter wereld vaart, als enige deelnemer met een ‘gebruikte’ boot.
En Paardenkooper is niet zomaar aan boord tijdens de havenrace. De coach neemt een van de twee gastenplaatsen in, zodat hij van dichtbij kan zien hoe de boot het doet – en vooral de zeilers zelf. De meesten kende hij twee weken geleden nog niet eens van naam. En hij wil van de andere boten leren, zegt hij, terwijl hij een camera uit zijn zak haalt. „De andere boten zijn al maanden bezig. Het is interessant te zien hoe de zeilen bij hen staan, wat er aan boord gebeurt. Daar kun je je voordeel mee doen. Dat doen de anderen ook bij ons.”
In de eerste havenrace leert het veld weinig van de Nederlandse boot, zo blijkt al snel na de start. Maar veel waarde hecht Paardenkooper daar niet aan. De opdracht aan de tien zeilers van het Nederlandse zeilteam is duidelijk: hou alles heel, hou het simpel, zegt Paardenkooper op het achterdek. „Onze elektriciteitsman aan boord, Ryan Houston, heeft afgelopen nacht één uur geslapen omdat hij nog bezig was met het aanleggen van alle systemen, de satellietverbindingen, de camera, de radar. We hebben vanochtend vroeg nog de antennestandaard vastgelijmd aan het dek. Het is nog niet helemaal uitgehard. Zoveel was er nog te doen.”
Paardenkooper, die drie jaar geleden ook aan de basis stond van de campagne van ABN Amro, wil dan ook niet te veel verwachtingen wekken. „We moeten hier finishen, niet te hard willen varen, niks stuk maken.” Maar de bemanning hoopt op iets meer dan dat. Laten zien dat de boot mee kan. Maar er gaat vooral in de eerste race nogal wat fout, waardoor de boot ver achter raakt op de rest van het veld. De Spaanse boot Telefónica Azul, van de Nederlandse schipper Bouwe Bekking, winnaar van beide havenraces, verdwijnt bijna uit zicht.
De bemanningsleden op de Nederlandse boot communiceren gebrekkig. De gennaker wil niet omhoog omdat een lijn vastzit. De achterstand loopt op tot vijftien minuten. „Beschamend”, vindt schipper O’Rourke. „We hebben slecht gezeild.”
Paardenkooper denkt daar anders over. „Als je vooraf als doel stelt dat je alleen de race wilt uitzeilen, moet je achteraf niet teleurgesteld zijn als je die doelstelling haalt. Sommige teams trainen al anderhalf jaar samen, zoals Telefónica. Wij hebben met ons team anderhalve dag getraind. Het zou heel raar zijn als deze race anders was gelopen.”
De tweede race verloopt beter, ondanks twee belangrijke beperkingen. Door het grote gat in de zijkant van de boot wil het Nederlandse team niet het risico nemen dat de boot volloopt. Daardoor vaart de Franse stuurman, Seb Col, het jacht zo vlak mogelijk over het water, om het gat boven de waterspiegel te houden. Maar dat gaat zichtbaar ten koste van de snelheid.
Pas als na een paar keer proberen blijkt dat er niet veel water binnenstroomt door het gat, laat Col de boot verder overhellen. Maar daarbij blijkt de beweegbare kiel niet optimaal meer te bedienen vanaf het dek. „Zo kun je nooit snelheid maken”, moppert de Nieuw-Zeelandse co-schipper Stu Wilson. Het euvel wordt ook nog voor de eerste etappe verholpen, verzekert de sponsor. „Dan kunnen we echt meer weerstand bieden dan vandaag”, zegt O’Rourke. „De bemanning moet ook leren deze boot beter te leren varen. Dat kost tijd.”
Ondanks alle tegenslagen, weten ze de Russische boot toch achter zich te houden. Psychologisch van groot belang, vindt Paardenkooper, die zich tevreden toont over de ‘trainingsraces’, zoals hij ze noemt.
„Je ziet dat de bemanning na een paar uren samen varen al beter communiceert. In het begin moesten ze veel schreeuwen, gaandeweg hadden ze genoeg aan een gebaartje. Iedereen moet hier in groeien.”
