'Wij zijn geen stel prutsers'

Van Eenoo
Door onze redacteur Henk Stouwdam

Peter van Eenoo (36) van het dopinglaboratorium DoCoLab in Gent verzet zich tegen de recente kritiek op meetmethoden. „Houd de discussie wetenschappelijk.”

Gent, 24 juni. Peter van Eenoo is in zijn beroepseer aangetast. En niet zo’n beetje ook. Meent het plaatsvervangende hoofd van het dopinglaboratorium in Gent eerzaam, deugdelijk en vooral gedegen wetenschappelijk werk te verrichten, worden hij en zijn medewerkers vanuit Nederland weggezet als dilettanten. Van Eenoo countert het verwijt dat niet volledig betrouwbare meetmethoden tot verkeerde, zogenoemde foutpositieve uitslagen van dopingtesten kunnen leiden. „Wij wensen niet te worden uitgemaakt voor een stel prutsers.”

Daarmee verwijst Van Eenoo impliciet naar de kritiek van chemicus, chemometrist en methodoloog Klaas Faber onlangs in deze krant. Die velde een vernietigend oordeel over het dopinglaboratorium in Gent. Letterlijk sprak hij van „opgepoetste wetenschap en prutswerk”. Metroloog Adriaan van der Veen van het Nederlands Meetinstituut (NMI) was Faber voorgegaan, zij het dat diens (mildere) kritiek op de interpretatie van Gentse meetgegevens intern bleef en volgens Van Eenoo, als wetenschappers onder elkaar, netjes is afgehandeld.

Maar Faber overschreed in zijn ogen de grens van het betamelijke. En Van Eenoo – een bio-ingenieur met een doctoraat in de diergeneeskundige wetenschappen op de detectie van dopemiddelen in de paardensport – wenst niet dat het Gentse laboratorium door het slijk wordt gehaald. Oprecht boos: „Bij een rechtszaak mogen we hard aangevallen worden, maar daarbuiten behoren academici een wetenschappelijke discussie te voeren. Daartoe zij wij ook altijd bereid. Wij tolereren niet dat onze goede naam wordt aangetast. En daar is Faber mee bezig, want hij uit ook kritiek op ons werk via internet en op congressen.”

Tot Van Eenoo’s verbazing, omdat de Nederlandse wetenschapper volgens hem nog niet zo lang geleden samenwerking met zijn laboratorium heeft gezocht; een bewering die hij staaft mete-mails. De Belgische dopingexpert: „Dan speek je toch niet minnetjes over ons werk? Waarom zoekt hij samenwerking met ons als wij geen denkwerk zouden verrichten? Dat doe je niet met mensen van wie je vindt dat die geen kwaliteit vertegenwoordigen.”

Faber wilde volgens Van Eenoo samen een project beginnen om tot een gedifferentieerde meetmethode van dopingtesten te komen. De Nederlander is van mening dat dopinglaboratoria onvoldoende aannemelijk maken dat verschillende stoffen hetzelfde signaal kunnen geven. Het alternatieve model dat Faber aandroeg, is volgens Van Eenoo echter praktisch moeilijk uitvoerbaar. „Zijn voorstel was criteria per substantie op te stellen en niet uit te gaan van een algemeen criterium. Dat heeft bepaalde theoretische voordelen, daarin moet ik hem gelijk geven. Maar dat geeft gigantisch veel werk en is in mijn ogen onhaalbaar. Bovendien is er geen laboratorium dat zo werkt. Ik bestrijd zijn opvatting dat onze testen om die reden onbetrouwbaar zijn en aanleiding geven tot foutpositieve uitslagen. Je kunt zeggen: mijn model biedt voordelen, maar daarmee is een andere methode nog niet fout. Bovendien kun je foutpositieve resultaten nooit voor honderd procent uitsluiten. Onze criteria zijn gericht op een maximale kans op uitsluiting. Faber is volgens mij een goede chemometrist, maar van dopinganalyses heeft hij geen kaas gegeten.”

Hét voorbeeld van een sporter die door ‘Gent’ foutpositief zou zijn getest, is de Belgische triatleet Rutger Beke, wiens lichaam volgens onderzoekers van de universiteit in Leuven onder zware inspanning dezelfde reactie gaf als het eiwithormoon epo. Het werd een slepende affaire, waarop Van Eenoo uit privacyoverwegingen niet inhoudelijk wenst in te gaan. „Maar ik kan wel zeggen dat, in tegenstelling tot alle beweringen, nooit is vastgesteld dat Beke door ons foutpositief is getest. Hij is door de rechter vrijgesproken op basis van gerede twijfel. En dat is wat anders dan een foutpositieve dopinguitslag.”

Voor de betrouwbaarheid van zijn laboratorium, dat jaarlijks zevenduizend urinestalen en tweeduizend bloedmonsters onderzoekt, verwijst Van Eenoo naar de controlerende instanties. „We moeten hoe dan ook voldoen aan de international standard for laboratories. Daarnaast toetst het wereldantidopingbureau WADA onze jaarlijkse accreditatie naast vier aangekondigde inspecties ook nog eens met een onbekend aantal blinde controles. Verder nemen we deel aan de kwaliteitscontrole van de wereldgezondheidsorganisatie WHO en bekijkt het Belgische accreditatieorgaan Belac of onze procedures wel gevalideerd zijn. Dat het toezicht streng is, blijkt uit de tijdelijke schorsing van een half jaar die WADA zijn laboratoria in Turkije en Maleisië onlangs na gemaakte fouten heeft opgelegd.”

Van Eenoo laat ook zich voorstaan op de transparantie van het dopinglaboratorium in Gent, dat jaarlijks zo’n duizend testen voor de Dopingautoriteit in Nederland onderzoekt. Het uitgangspunt is: er zijn geen geheimen. Om die reden gaan de deuren in het Technologiepark Zwijnaarde wijd open bij een contra-expertise. Daarbij zijn zowel de sporter als zijn experts welkom. Van Eenoo: „Maar van die gelegenheid wordt tot mijn verbazing nauwelijks gebruik van gemaakt. Van het honderdvijftigtal positieve testen per jaar in ons laboratorium vecht doorgaans een tiental de uitslag aan. Als er dan drie of vier in gezelschap van een expert de contra-expertise bijwonen, is dat veel. Natuurlijk, er zijn kosten mee gemoeid, maar als je overtuigd van je gelijk bent, heb je er toch alles voor over dat aan te tonen.”

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Tour de France 2009