Meer wijven

Ewoud Sanders

Heeft wijf altijd een negatieve bijklank, ook als er niet zoiets voor staat als lekker of tof? En gebruiken criminelen voor ‘vrouw’ wel Bargoense woorden als beheime, frommes, gies, gondel, nafke of snokkel? Reacties van lezers.

Een lezer die voor zijn beroep met honderden criminelen schreef: ,,In de loop van circa 40 jaar heb ik soms zeer intensieve gesprekken met honderden, hoofdzakelijk Nederlandse gedetineerden gehad, als hun arts, therapeut en als psychiater bij de reclassering. Mijn cliëntèle kwam voor een derde uit de randstad, de rest vooral uit het zuiden en uit de provincie Groningen. Geen van hen heeft naar mijn weten ooit een boek over misdadertaal gelezen, maar het woord wijven, vaak voorzien van diverse zowel vlijende als ook honende adjectiva, waarmee hun vrouwelijke partners werden aangeduid, heb ik honderden keren gehoord. De woorden gies, frommes, gondel, nafke of snokkel echter nooit. Overigens gebruikten mijn cliënten de term wijf meestal niet in vernederende zin, maar hoofdzakelijk om zichzelf groot te houden. Want bij al die soms verschrikkelijke dingen die ze gedaan hebben, de meesten van hen hadden een heel klein hartje, net als de meeste mensen.’’

Geen wijf gezien. Volgens een lezer uit de Zaanstreek wordt wijf daar niet altijd neerbuigend gebruikt: ,,In de Zaanstreek spraken de mannen vaak over ‘me woif en ik’ als ze het over hun echtgenote hebben.’’ Iemand anders schreef: ,,Toen Charlie sprak over ‘dat wijf van de Lange’, moest ik onwillekeurig denken aan de episode alweer een jaar of langer geleden, in dat hotel in Kopenhagen waar onze Oranjeselectie (dit gaat over voetballen) zich te buiten zou zijn gegaan tijdens een vrolijke avond met strippers of dames van lichte zeden. Dit voorafgaand aan een vriendschappelijk duel tegen Denemarken, dat dan ook glansrijk werd verloren. Louis van Gaal was boos en de pers sprak er schande van. Ik herinner me dat een prominente voetballer de kwestie tegenover een journalist ontkende door te zeggen: ‘Ik heb geen wijf gezien!’ Dit klonk mij Amsterdams in de oren.’’

Elsschot Weer een andere lezer vond een voorbeeld van wijf in het werk van Willem Elsschot (1882-1960): ,,Elsschot gebruikte wijf in 1934 in het gedicht 'Spijt' en wel in de laatste regel die luidt: ‘Dien het wijf dat moeder heet.’ Ook toen riep dit woord op deze plaats al de nodige weerstand op. Dat is er misschien de oorzaak van dat Elsschot, in het dagelijkse leven een gewiekste reclame/zakenman, de hele laatste strofe wegliet en dus ook die laatste regel. Dit gebeurt in de eerste druk van zijn Verzameld Werk (1957). Hij liet aan samensteller J.C. Villerius weten dat hij het gedicht daardoor gaver en wanhopiger vond. Er werd zelfs een artikel in het letterkundig tijdschrift Tirade (nr. 139) aan dit onderwerp gewijd met een oproep van de schrijver C. Bittermieux om dit in latere drukken ongedaan te maken. Wat ook is gebeurd. Villerius wijst er ook op dat het woord wijf vaker voorkomt in Elsschots werk. Van een vulgair karakter van het woord wijf is bij Elsschot geen sprake. Het hangt er blijkbaar vanaf wie dit woord gebruikt.’’

Da Silva Diverse lezers zochten een verklaring waarom Da Silva nu juist wijf en blaffer gebruikte, terwijl met name blaffer al lang uit de mode lijkt te zijn. ,,Je verbaast je erover’, schreef iemand, ,,dat Da Sliva inmiddels in onbruik geraakte woorden als blaffer en wijf gebruikt. De verklaring hiervoor lijkt me eenvoudig: deze meneer heeft een jaar of tien geleden ons land verlaten. In de jaren tachtig was het onder jongeren en studenten (althans onder jongens) een tijdje mode om vriendinnen aan te duiden als wijven. Charlie da S. is blijkbaar blijven hangen in het taalgebruik van die tijd. Op zich begrijpelijk. In Zuid Afrika spreken ze bijvoorbeeld Nederlands van enkele eeuwen geleden en aan emigranten die in de jaren vijftig naar Australië of Canada kan je ook goed horen hoe onze taal toen klonk.’’

Iemand anders kwam op hetzelfde idee: ,,Toen ik Da Silva het woord blaffers hoorde gebruiken, was het eerste dat in mij opkwam: hé wat grappig, die man is al meer dan tien jaar het land uit en zijn Nederlands is in de tussenliggende periode gewoon bevroren. Het woord blaffer klonk mij namelijk, net als u, zeer ouderwets in de oren. Ik vraag me ten zeerste af of criminelen het woord blaffer vandaag de dag nog gebruiken. Was hij in Nederland blijven wonen, dan had zijn taalgebruik zich ontwikkeld en had hij vandaag de dag mogelijk een ander woord gebruikt. Gelukkig kan ik dit vermoeden niet staven, want ik heb op dat niveau geen criminele connecties, maar ik kan me in ieder geval goed voorstellen dat ook in het criminele circuit de taal in tien jaar tijd is geëvolueerd.’’

Engels wife Er was ook iemand die meende dat Da Silva wijf gebruikte omdat hij dacht aan het Engels wife, maar een taalkundige schreef hierover: ,,Het kán helemaal niet uit het Engels zijn, want wife betekent in het Engels alleen: ‘wettige echtgenote’. Dan zou het nog veel eerder Duits zijn!’’

Wijven in Van Dale Tot slot nog iets over samenstellingen met -wijf in de Grote Van Dale (2003). In de elektronische versie van dit woordenboek zijn 21 samenstellingen met -wijf te vinden. Doorgaans gaat het om woorden met een negatieve betekenis. Dit geldt voor:

appelwijf = (scheldwoord) appelvrouw. Uitdrukking: schelden als appelwijven voor ‘op ruwe, onbeschaafde wijze schelden’
bijwijf = (bijbeltaal) echtgenote van ondergeschikte rang
manwijf of mannetjeswijf = forse en bazige, ruwe vrouw
oudwijf = 1. (minachtend) oude vrouw; 2. (scheepsterm) dekschuiver; 3. (scheepsterm) zware ijzeren rol die in een beugel aan de laadreep wordt opgehesen; gebruikt bij het laden en lossen van kettingen
paardwijf = (gewestelijk) grote stevige vrouw
takkewijf = (vulgair) rotwijf, klotewijf
veerwijf = 1. vrouw die een veer bedient; 2. een feeks van een wijf
viswijf = 1 (als beroepsaanduidend woord veroud.) visvrouw; 2. kijven, schelden als een viswijf; 3. (beledigend) kijvende, ordinaire vrouw

Daarnaast vermeldt Van Dale als zogeheten ‘opnoemers’ (woorden zonder aparte definitie): klerewijf, klotewijf, kutwijf, pokkewijf, rotwijf, en zeikwijf.

Maar -wijf blijkt ook te zijn gebruikt als neutrale beroepsaanduiding. Zo kent Van Dale:

garnalenwijf = garnalenvrouw
mosselwijf = mosselvrouw
pottenwijf = vrouw die aardewerk verkoopt
en wikwijf = (gewestelijk) waarzegster

Tot besluit nog twee curieuze ‘wijven’ in de Grote Van Dale:

zeewijf = ‘zeemeermin’ en spinwijf. Dit laatste blijkt trouwens helemaal geen vrouw te zijn, maar een ‘zekere Drentse koek’.

Reacties naar sanders@nrc.nl

 

Gepubliceerd in:
Woordhoek