Brandwonden in Volendam slecht geschat
Rotterdam, 28 sept. Hulpverleners hebben tijdens de nieuwjaarsbrand in Volendam niet goed ingeschat wat de ernst was van de brandwonden.
Dat blijkt uit onderzoek van arts-onderzoeker Lieke Welling, die morgen promoveert aan de Universiteit van Amsterdam. Welling: „Het was een chaotische situatie, en het inschatten blijkt moeilijk voor hulpverleners met weinig ervaring met brandwonden.”
Volgens de promovenda moeten ziekenhuizen meer aandacht geven aan het speciale EMSB-protocol voor brandwonden (‘Emergency Management for Severe Burns’). Dat concludeerde de Inspectie voor de Gezondheidszorg in juni 2001 ook. Dat rapport evalueerde de diagnostiek echter niet uitgebreid, evenmin als de andere rapportages over de Volendam-brand die zich vooral richtten op de organisatie, en op verantwoordelijkheden van bestuurders.
De promovenda laat zien dat de triage, dat wil zeggen de eerste beoordeling van de slachtoffers, achteraf onbetrouwbaar bleek. Het percentage verbrand lichaamsoppervlak, dat een belangrijke leidraad is, werd door de hulpverleners zowel onder- als overschat. Er was weinig licht en kleding van de patiënten was aan het lichaam vastgeplakt. Welling: „Hulpverleners deden wat ze konden. Maar als de inschatting goed was geweest, hadden ze misschien andere patiënten vervoerd of ter plekke behandeld.” Patiënten kregen bijvoorbeeld een buis in de luchtpijp voor de ademhaling, of een infuus tegen vochtverlies.
Simpelere diagnostische criteria en betere scholing zouden moeten helpen. Een andere optie is om alle slachtoffers meteen naar ziekenhuizen te vervoeren, omdat de omstandigheden voor diagnostiek daar beter zijn. Door logistieke problemen ging het vervoer echter langzaam en werden veel patiënten ter plaatse behandeld.
Welling toonde aan dat de ernstigste slachtoffers daarbij niet als eersten in ziekenhuizen arriveerden. „Wie getransporteerd werd, berustte vooral op toeval. Er was geen overzicht. Hulpverleners voerden ook patiënten af omdat ze door hen aangeklampt werden.” Ze benadrukt de noodzaak van training en een duidelijke organisatie onder hulpverleners, iets wat al vaker geopperd is.
Na de brand werden veel patiënten niet in brandwondencentra maar in reguliere ziekenhuizen behandeld. Dat ging goed, concludeert de promovenda.
