Revolutie op de Vrije School

Door onze redacteur Japke-d. Bouma

Veel zingen en kunst is het kenmerk van de Vrije Scholen. Maar de inspectie en veel ouders willen óók leerprestaties. Het roer gaat nu om.

Aan een keukentafel in Tilburg zitten twee moeders. Ze willen anoniem blijven omdat ze hun kinderen niet willen schaden. Ze vertellen over de misstanden op de school van hun 5 kinderen.

In 2004 begonnen ze zich zorgen te maken, vertelt de ene moeder. Haar zoontje werd onhandelbaar. Huilen bij de minste aanleiding. Hij was boos, voortdurend boos. Hij zat in groep vijf. Het zoontje van de andere moeder kreeg eczeem in zijn gezicht en een stijve nek. Zijn moeder vond hem bang. “Faalangstig. Hij zat ook in groep 5. „Hij zei vaak, bij de eenvoudigste dingen, ‘ik snap het niet’, ‘ik weet het niet’.” Vergelijkbare problemen speelden met twee andere kinderen van de moeders, die zaten in groep 7.

De school zei dat de kinderen prima op niveau waren. Maar toen bleek dat ook andere kinderen klachten hadden. De schoolleiding zei dat 18 van de dertig kinderen in groep 5 dyslectisch waren. Maar de moeders geloofden dat niet.

Uiteindelijk lieten ze de kinderen testen en kwam het bij een externe remedial teacher aan het licht: er was niets mis met ze, ze hadden alleen amper iets geleerd. Ze waren in de war door de vreemde lesmethoden op school. De kinderen uit groep 5 konden nauwelijks spellen en lezen. De meest eenvoudige opdrachten stelden hen voor de grootste problemen. De kinderen uit groep 7 konden geen breuken maken. Van het kofschip hadden ze nooit gehoord. “Eigenlijk was mijn kind uit groep 7 een halve analfabeet”, zegt de ene moeder. “Ik was jaren voor de gek gehouden”, zegt de ander. “We waren geschokt. Dat dit kon in Nederland.”

De kinderen van de moeders zaten op Vrije School De Tiliander in Tilburg. Na klachten van, onder andere, de moeders in dit verhaal, besloot de Inspectie van het Onderwijs bij de school langs te gaan. Eerder dan ze hadden gepland, zegt een woordvoerder. Daarna kwam de school in 2006 op de lijst van ‘zeer zwakke scholen’ van de Inspectie.

De leerkracht van de kinderen werd al eerder op non actief gesteld. “Maar de jaren 2004 en 2005 hebben we als verloren moeten beschouwen”, zeggen de moeders nu.

Maar gegevens van de Inspectie van het Onderwijs wijzen wel in de richting dat het niet op alle Vrije Scholen goed gaat met het onderwijs. In 2002 is de Wet op het onderwijstoezicht (WOT) van kracht geworden. Deze maakt het mogelijk dat scholen op grond van dezelfde criteria met elkaar vergeleken worden. “Hierdoor werd in 2004/2005 duidelijk dat er relatief veel Vrije Scholen zeer zwak waren”, zegt hoofdinspecteur primair onderwijs Leon Henkens. “Daarvóór hadden we daar niet zo’n beeld van.”

Op de lijst stonden toen veertig ‘zeer zwakke’ scholen. Veertien daarvan waren Vrije Scholen. “Dat vonden we een hoog aantal”. De Inspectie ging een analyse maken van de problemen op Vrije Scholen. Er zijn in totaal „ruim zeventig” basisscholen in Nederland Vrije Scholen, zegt de Inspectie. En er zitten 13.421 leerlingen op vrije basisscholen.

De analyse van de Inspectie bracht een brij van misstanden aan het licht. Het onderwijsaanbod was onder de maat. Veel van de scholen voldeden niet aan de kerndoelen die door het ministerie zijn opgesteld. Er was onvoldoende begeleiding van zorgleerlingen. De resultaten van het onderwijs konden op veel scholen niet worden vastgesteld. “Verder waren er bij een flink deel van de Vrije Scholen problemen in het leerkrachtenteam, vaak ontbrak continuïteit in de schoolleiding en het leerlingenaantal fluctueerde meer dan verwacht”, zegt Leon Henkens.

“De meeste Vrije Scholen waren niet in staat aan te tonen dat ze góed onderwijs gaven”, zegt hij. “Misstanden als deze komen op alle zeer zwakke scholen voor. Maar het had niet zoveel Vrije Scholen tegelijk en per toeval kunnen overkomen. Niet in die mate. Er was dus structureel iets mis, op Vrije Scholen.” De Inspectie vond de analyse zó ernstig dat ze contact opnam met de Vereniging van Vrije Scholen, zo zegt Henkens.

“We willen kunstzinnig zijn, ook in de ‘normale vakken’ als rekenen, lezen en schrijven”, zegt Ton ten Böhmer, hij is directeur van de Vereniging van Vrije Scholen. “Cognitief moet het onderwijs goed zijn, maar zinnetjes als ‘Jan pakt de bal’, ‘Jan loopt naar de bal’ vinden we te kaal. We vinden dat we de stof rijker moeten aanbieden. Ook met rijmpjes en versjes.”

Gevolg van al die aandacht voor verhalen, tekenen, muziek en toneel is dat er tot en met groep 5 minder aandacht is voor rekenen en lezen dan in het reguliere onderwijs. “De eerste paar jaar zal een kind op een Vrije School op de gemiddelde leerling achterlopen wat betreft de cognitieve vaardigheden, maar op het eind van de school zitten ze op hetzelfde niveau als andere kinderen in groep 8”, zegt de voorzitter van de vereniging, Leo Stronks.

“Verhalen vertellen kunnen ze inderdaad heel goed op de Vrije Scholen”, hadden de moeders uit Tilburg al eerder gezegd aan de keukentafel. “Maar die sprookjes vertellen ze ook rond spelling en rekenen. Bijvoorbeeld dat de letter ‘V’ bij sprookjesfiguur Raponsje hoort, omdat ze allemaal V-tjes in haar vlecht heeft. Mijn zoon zei ‘als ze iets uitleggen, krijg ik altijd zo’n heel verhaal’.” De andere moeder zegt: “Ik heb schriftjes van hem gezien met kleurtjes, en tafelrijen waar ik geen wijs uit kon. Die had hij gewoon van het bord overgeschreven. Nergens zag ik dat hij geoefend had. Aan het einde van groep 5 kon hij geen tafels opzeggen of sommen maken tot 20.”

Veel Vrije Scholen kunnen niet aantonen dat ze kinderen voldoende leren, zegt de Inspectie. Niet alle Vrije Scholen gebruiken namelijk gestandaardiseerde toetsen als Cito om te meten hoe ver de kinderen zijn. “Natuurlijk volgen we de leerlingen. We willen ze alleen niet opjutten met alweer een examenmoment”, verklaart voorzitter Leo Stronks. De vereniging is bovendien tegen dergelijke toetsen, omdat ze alleen het cognitieve meten.

De Inspectie van het Onderwijs vindt dat de Vrije Scholen moeten gaan bewijzen wat ze de kinderen leren. Na het eerste gesprek met de Inspectie, heeft de Vereniging van Vrije Scholen in mei2006 een Taskforce opgericht. Die heeft tot doel alle Vrije Scholen van de lijst van zeer zwakke scholen te krijgen.

“De Inspectie drukte ons met de neus op de feiten”, zegt directeur van de vereniging Ton ten Böhmer. “Het bleek dat we een algemeen probleem hadden. We moeten er voor uitkomen dat we veel systematischer moeten gaan bijhouden wat we de kinderen leren.”

Maar achter de schermen zijn de eisen van de Inspectie hard gebotst op het gedachtengoed van de Vrije Scholen. Ook de Vrije School Amersfoort staat op de lijst van ‘zeer zwakke scholen’.

Het schoolbestuur greep al in het voorjaar van 2005 in omdat het slecht ging met de school. “Maar het was een schok in september 2005, dat we ook in het openbaar als ‘zeer zwak’ bekend kwamen te staan”, zegt directeur van de school, Harry Deutekom. “We hadden goede leraren en de ouders waren tevreden. Maar we zagen ook wel dat we niet inzichtelijk konden maken wat we de kinderen leerden. Een enorme confrontatie.”

De school komt de Inspectie nu tegemoet. Dit jaar is de school begonnen met ondersteunende lesboekjes voor taal en rekenen. Voorheen bepaalden de leerkrachten zelf welke methode ze gebruikten en of ze de voortgang van leerlingen al dan niet vast legden. “Nu kan als een leerkracht ziek wordt, een ander het beter overnemen”, zegt Deutekom.

En dan het feit dat er een directeur is benoemd, ook dat is vloeken in de kerk van Steiner. Diens filosofie gaat uit van het ideaal dat leerkrachten collectief de baas zijn. Ook wordt het principe dat elke klas een leerkracht heeft die ieder jaar mee overgaat in principe gehandhaafd. Maar in 2007 moet je reëel zijn, zegt Deutekom. “Er werken steeds meer mensen part-time. Je kan niet van iedereen verwachten dat ze een klas full-time begeleiden, zes jaar lang.”

Verder grijpt de school eerder in als het niet goed gaat met een leerling. En de leerlingen worden individueler benaderd: vroeger stond vooral de groep centraal. “Daardoor halen we zorgleerlingen er nu eerder uit”, zegt Deutekom, “maar ook leerlingen die bovenmatig scoren. Dat is absoluut winst.”

Volgens Deutekom liggen er door de revolutie (hij noemt het ‘kentering’) die de Inspectie heeft veroorzaakt, enorme kansen voor de Vrije Scholen het onderwijs van Steiner aan te passen aan de nieuwe tijd. “De Inspectie legt de vinger op de zere plek”, zegt Bart van Nunen. “We zijn te lang tevreden geweest en misten de aansluiting bij de maatschappij. We zien dit als een kans om daar weer in terug te keren.”

Toch heeft de Vrije School Amersfoort ook nog zorgen. Het grootste probleem is dat de Inspectie de Vrije Scholen niet duidelijk zegt hóe de school moet veranderen, en dus ook niet die in Amersfoort. “Ze zeggen pas aan het eind van de toezichtsperiode van twee jaar of het goed was. Tussendoor laten we hen alleen zien wat voor activiteiten we ondernemen. Pas in maart van het komend jaar komen ze weer langs”, zegt Bart van Nunen. Als de school dan niet voldoende presteert, blijft de school nog weer langer op de lijst van zeer zwakke scholen. Deutekom vindt dat lastig, zegt hij. “Ik kan dus ook nooit tegen mijn leerkrachten zeggen of we op de goede weg zijn.”

Hoofdinspecteur primair onderwijs Leon Henkens kan daar weinig aan veranderen. “In de Nederlandse situatie kunnen wij scholen niet sturen. Dan raak je aan de vrijheid van onderwijs. We kunnen alleen achteraf controleren of een school op de goede weg is. Als we wél zouden sturen, zouden we onze eigen sturing moeten controleren.”

De revolutie die zich in Amersfoort voltrekt, speelt momenteel op alle Vrije Scholen in Nederland, zegt de vereniging. Overal moeten Vrije Scholen gaan toetsen, moet het onderwijs cognitiever worden, moeten schooldirecteuren benoemt worden en, waar nodig, vaste leerkrachten afgeschaft. “Overal in het land is de discussie rondom het Vrije Schoolonderwijs en de Inspectie actueel”, zegt de vereniging. Ze kunnen overigens ook niet anders, want als ze geen goed onderwijs leveren, krijgen ze geen subsidie vanuit Den Haag.

“Velen in onze aanhang zullen dit zien als vloeken in de kerk”, zegt Bart van Nunen. “Er zullen ouders, leerkrachten én scholen komen die zeggen ‘daar willen we niet bijhoren’,” zegt Leo Stronks. Dat leerkrachten vertrekken zoals in Amersfoort is onvermijdelijk, zegt de vereniging. Maar misschien ook “juist goed”. “Daardoor neemt de remmende kracht op de vernieuwing af. We hebben te lang de autonomie van scholen gerespecteerd. Ik verwacht dat er ook scholen zich zullen afscheiden.”

Natuurlijk worstelen we nog met onze principes, zegt Ton ten Böhmer. “Aan de andere kant moeten we ook eerlijk zijn. Sommige tradities van de Vrije School werken niet meer in de moderne tijd. Er bestaan nu eenmaal risico’s op onze scholen die op reguliere scholen minder snel zullen optreden. Dat moeten we erkennen en herkennen. Daarmee zijn serieuze zaken misgegaan.”

Ze kan zich voorstellen dat Vrije Scholen oude stijl niet voor alle kinderen geschikt waren. “Juist omdat de Vrije School de groep als collectief aanspreekt, moet je zelfstandiger kunnen werken, en voor jezelf kunnen opkomen als je niet begrijpt wat er verteld wordt voor de klas. Het gevaar bestaat dat leerlingen ondersneeuwen.”

Toch zou ze nooit een andere school willen voor haar kinderen, zeker niet nu er zoveel ten goede verandert. “Het reguliere onderwijs is zo kaal, de Vrije School zie ik als een warm toevluchtsoord. Kinderen worden in de maatschappij zo overvraagd, terwijl het leven zoveel meer is dan rekenen en taal alleen. De zorg voor elkaar, de warmte, de aandacht voor zingen, muziek en cultuur, dat wens je elk kind toe.”

De moeders uit het begin van dit verhaal hebben 4 kinderen voortijdig van de De Tiliander in Tilburg gehaald. Zij denken dat heel veel kinderen die op Vrije Scholen gezeten hebben, achterstanden oplopen die ze moeizaam inhalen. De vier kinderen zitten inmiddels op andere scholen in Tilburg. “Geen enkele school wilde ze hebben”, zegt de ene moeder, “omdat ze zo ver achter waren. De Inspectie heeft bemiddeld.”

“Natuurlijk”, zegt ze, “ik vind het reguliere onderwijs ook kaal. Wat is er mooier dan veel aandacht voor muziek en kunst en wat is mooier dan niet alleen te léren, maar ook dat wát je leert te doorvoelen. Maar wat kan mij dat uiteindelijk schelen als je kinderen daardoor als halve zolen van school komen.”

De Inspectie van het Onderwijs beloofde in het voorjaar van 2006 aan deze krant te komen met een aparte analyse over de problemen van de Vrije Scholen. Pas in mei van dit jaar kreeg de krant de analyse onder ogen. Er is geen rapportage over naar de Kamer gestuurd.

“Dat hoeft ook niet”, zegt hoofdinspecteur Henkens. “Het ministerie weet dat er problemen zijn bij de Vrije Scholen. Verder is de analyse achterhaald omdat de Vereniging van Vrije Scholen hard aan het werk is om de scholen beter te maken. De individuele rapporten over de Vrije Scholen zijn overigens voor iedereen openbaar op internet.”

Het afgelopen schooljaar zijn er drie zeer zwakke Vrije Scholen bij gekomen, maar er zijn zes van de lijst af. Eén is opgeheven. Er zijn er nu dus nog tien. De Inspectie zegt dat “de problemen met de Vrije Scholen al veel langer spelen dan 2004”, zo zegt Leon Henkens. “Maar op Vrije Scholen hebben we altijd toezicht uitgeoefend.”

Gepubliceerd in:
Wetenschap
Binnenland
Meer binnenlands nieuws
Meer wetenschapsnieuws