Rekenen op het bioritme

Alle kinderen op de bioritmische school krijgen tussen de middag een broodmaaltijd voorgeschoteld.
Door Jacqueline Kuijpers

Geen zware lessen als kinderen nog ‘in de slaapstand’ staan. Dat is het idee van de bioritmische schooldag.

Een gewone dinsdagmiddag, twee uur. Het is stil in de straten van Gouda. Zo niet op het schoolplein van basisschool Oosterweide. Daar draaien moeders met hoofddoek eendrachtig aan het springtouw. ‘In spin de bocht gaat in*’ Zingend springen meisjes met zwarte vlechten, krullen en paardenstaarten erin en eruit. Een eindje verderop waadt een stel kleuters met veel gelach door een enkelhoge regenplas. Tot één van de leidsters van de tussenschoolse opvang het ziet. Op de trappen van de school schrijven vier meisjes in hun dagboek. “Les? Dat hebben we pas om half drie.”

Basisschool De Oosterweide is de enige school in Nederland die volgens het biologisch ritme van kinderen werkt.

Dat klinkt zweveriger dan het is. In Frankrijk gaan kinderen al sinds jaar en dag volgens dit ritme naar school. Ook ‘het Zweedse model’ is op dezelfde principes gebaseerd. ’s Ochtends gewone schooltijden, dan een lange middagpauze van 12.00 uur tot 14.30 uur waarin gezamenlijk gegeten wordt en uiteenlopende activiteiten plaatsvinden – in samenwerking met Quadrant, een instelling die de tussenschoolse opvang voor zijn rekening neemt – en vervolgens nog twee uurtjes school. En om 16.30 uur naar huis.

Toen directeur Anja Wortman vier jaar geleden basisschool de Oosterweide voor het eerst binnenstapte, trof ze een pot subsidie aan voor het opzetten van een bioritmische schooldag. “Maar in het team wist niemand er iets van.” Hoe gaan die dingen dan? Omdat het geld er al is, gaat het door. Wortman hield met enige scepsis de plannen van haar voorganger tegen het licht en besloot er het beste van te maken. Ze weerstond het gemor van leerlingen, die het aanvankelijk niks vonden om langer naar school te moeten dan vriendjes van een andere school, en van leerkrachten die ineens een uur langer naar school moesten. De ouders waren weer bang dat hun kinderen zo’n lange dag niet aankonden.

De grootste winst die Wortman hoopt te behalen is een sprong in de prestaties van haar leerlingen. Uit onderzoek is gebleken dat jongeren hun cognitieve piek hebben tussen 10 en 12 uur ’s ochtends. Het kost ze dan veel minder energie en moeite om nieuwe dingen te leren. Dat vertelt neuroloog Marcel Smits, van ziekenhuis de Gelderse Vallei. Volgens hem kost de strijd van jongeren tegen hun biologisch ritme in de vroege ochtenduren zoveel energie dat taken als concentreren en alert zijn er bij inschieten. “Laat scholen een uur later beginnen en ik ben ervan overtuigd dat de schoolprestaties zullen verdubbelen”, zei hij onlangs in het televisieprogramma Nieuwslicht. Daarom begint een schooldag op de Oosterweide met taken die kinderen ‘in de slaapstand’ kunnen doen: muziekles bijvoorbeeld, of zelfstandig lezen. Pas na 10 uur wordt er nieuwe stof aangeboden, die het korte termijn geheugen aanspreekt. De uren na de lunchpauze zijn het meest geschikt om het lange termijn geheugen te trainen. Bijvoorbeeld door de stof die ‘s ochtends is aangeboden op een andere manier te laten terugkomen, zoals in de vorm van een werkstuk waar de kinderen samen aan werken.

Hoe de middaguren precies vorm moeten krijgen, is de Oosterweide nog aan het uitproberen. “Het een is traject van ‘trial and error’”, zegt Wortman. En ze is zo reëel om te zeggen dat als de ‘errors’ blijken te overheersen de stekker uit de bioritmische schooldag getrokken wordt. “Maar als je niets doet, verandert er ook niets.”

Het cognitieve aspect is niet het enige dat telt. “Wij staan in een achterstandswijk. Een aantal kinderen komt uit probleemgezinnen. Met een lunch op school kun je ze een goede, gezonde maaltijd voorzetten. Brood, ja. Dat vinden we heel erg jammer, maar er is helaas geen geld voor een warme lunch.” Een ander pluspunt van de andere dagindeling vindt Wortman dat ‘haar’ kinderen hierdoor ook kennis kunnen maken met activiteiten als toneel, yoga en zwemles.

Op zijn minst opmerkelijk is het ‘voordeel’ dat de kinderen zelf verwoorden. Zowel Hicham (12) als Asmaa (11) zeggen: “Als je vroeg uit bent, kun je criminele dingen gaan doen, stelen, of iemand in elkaar slaan. Het is beter dat ik geen slechte dingen doe en zie. Nu zit ik tot half vijf op school. Dan ben ik moe en ga ik naar huis.” Tja. Waar of niet, dergelijke statements zetten deze kinderen wel in een hoek. Daar zal Asmaa, die droomt van een carrière als styliste, als ze later achter haar tekentafel zit nog wel eens aan terugdenken.

Het project draait nu drie maanden. “Aan de ene kant ben ik er blij mee, want je leert meer omdat je langer op school zit”, zegt Hicham. “Aan de andere kant is het wel heel erg lang. Maar de tijd gaat snel als je het leuk hebt.”

De subsidiepot is inmiddels leeg. Tenzij de gemeente bijspringt, betekent dit in januari het einde van het project.

Gepubliceerd in:
Wetenschap