Homo zijn mag, ‘homo doen’ niet
Gereformeerde scholen vinden homo’s abnormaal. ‘De politiek moet zich er niet mee bemoeien’.
Als ze haar medescholieren in de pauze hoort praten over ‘vieze homo’s’ houdt ze zich stil. Ze grinnikt wat, wanneer haar vriendinnen over jongens kletsen. “Dat voelt eenzaam, alsof ik mezelf verloochen”, zegt een 17-jarige scholiere van het Gomarus College in Groningen. Ze kent geen enkele andere lesbische of homoseksuele leerling of leraar op de grote gereformeerde scholengemeenschap. “De meeste leerlingen denken nog steeds dat homoseksualiteit een buitenaards fenomeen is.”
Ze wil haar verhaal wel vertellen omdat ze “erg gefrustreerd” is over haar school, zegt ze. Met haar naam in de krant wil ze niet, uit angst dat ze als lesbienne in gereformeerde kring niet wordt geaccepteerd. “Op onze school wordt nooit over homoseksualiteit gepraat”, vertelt ze. “Maar als ik voorzichtig peil, is het duidelijk dat iedereen hier heel negatief over homo’s denkt.”
Vies
Het laatste grootschalige onderzoek naar de houding van jongeren (van 11 tot 25 jaar) ten opzichte van homoseksualiteit dateert uit 2005. Uit dit onderzoek van de Rutgers Nisso Groep bleek dat vier op de tien jongeren homoseksuelen die met elkaar vrijen ‘vies’ vinden. Uit cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau over 2006 blijkt dat bijna acht op de tien personen voor wie religie zeer belangrijk is, zoals orthodoxe moslims en christenen, een negatieve houding hebben ten opzichte van homoseksualiteit. Onder niet-gelovigen is dit één op de tien.
Het huidige kabinet heeft het bevorderen van homo-emancipatie tot een van de speerpunten van het beleid gemaakt. Daarvoor is tot 2011 tien miljoen euro uitgetrokken. In de nota ‘Gewoon homo zijn’, die eind vorig jaar verscheen, vraagt minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) scholen om expliciet aandacht te besteden aan de acceptatie van homoseksuele en lesbische leerlingen en leerkrachten, ondere andere door homoseksualiteit ‘bespreekbaar te maken op een manier die aansluit bij hun identiteit’.
Medemens
Naar aanleiding van de nota van Plasterk werd in maart vanuit orthodox-gereformeerde kring de ‘Stuurgroep (homo) seksualiteit’ opgericht, die in juni een beleidsvisie wil uitbrengen. Behalve medewerkers van de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS) hebben ook de directeuren van Driestar Educatief (een kenniscentrum voor het reformatorisch onderwijs), de Reformatorisch Maatschappelijke Unie (belangenorganisatie voor werknemers, werkgevers en zelfstandigen) en twee reformatorische scholen zitting in de stuurgroep. Doel is onder andere het vergroten van de sociale acceptatie van personen die “worstelen met hun homoseksuele gerichtheid”, aldus Pieter Moens, voorzitter van de stuurgroep. “Homo’s zijn wel je medemensen, die kun je niet zomaar aan de kant schuiven.”
Maar, zegt Moens ook: “Homoseksualiteit moet niet als even normaal worden beschouwd als heteroseksualiteit. Het is een gebrokenheid van de schepping.” Hij denkt niet dat homoseksualiteit een keuze is. “Maar je kunt wel kiezen hoe je ermee omgaat”, meent hij. Moens wijst het aangaan van homoseksuele relaties stellig af.
De stuurgroep wil niet alleen een richtlijn voor scholen formuleren, maar ook advies uitbrengen aan het ministerie van Onderwijs. Moens maakt zich ernstige zorgen over “de dwangmatige homoseksualisering van de samenleving”. Volgens Moens is de aanpak van minister Plasterk veel te fanatiek. “Hij wil het liefst met homobelangenverenigingen als het COC om de tafel. Zij krijgen ook het meeste geld.” De stuurgroep heeft geen subsidie aangevraagd. “We weten niet wat daar voor voorwaarden aan verbonden zijn”, aldus Moens.
Volgens Moens moet het beleid ten aanzien van homoseksualiteit in het reformatorisch onderwijs vanuit eigen kring komen, niet vanuit het ministerie van Onderwijs. “Dat zou niet worden geaccepteerd”, meent hij. SGP-fractievoorzitter Bas van der Vlies denkt er net zo over: “De politiek moet zich er niet mee bemoeien. Scholen hebben een eigen verantwoordelijkheid.” Ook Van der Vlies wijst homoseksuele relaties af.
A. Vogel, directeur van het Calvijn College in Goes, is blij dat er een richtlijn komt. Op zijn reformatorische school wordt sinds twee jaar in de lessen en op ouderavonden aandacht besteed aan homoseksualiteit. „Maar het is nog niet gestructureerd”, zegt Vogel. „Intussen laten we onze leerlingen niet in de kou staan. Wij accepteren de homoseksuele gerichtheid, maar de homoseksuele levenswijze niet. Leerlingen die met hun homoseksuele gerichtheid worstelen, zeggen we: die kant moet je niet op, dat is een brug te ver.”
Op het Calvijn College is volgens de directeur niemand openlijk homoseksueel. De site van het COC is geblokkeerd. Vogel: “Het COC propageert een levensstijl die wij niet delen. Wij sturen onze pubers liever naar bronnen die onze levenswijze ondersteunen.” Vogel vindt dat Plasterk daar best vragen bij mag stellen. “Maar ik denk niet dat hij blij is met ons antwoord.” Minister Plasterk wil tot het verschijnen van de visie niet reageren.
Relatie
COC-voorzitter Frank van Dale is niet gerust op het beleid waarmee gereformeerde organisaties zelf komen om homoseksualiteit op scholen bespreekbaar te maken. “Het onderscheid dat zij maken tussen ‘homo zijn’ en ‘homo doen’, erkennen wij niet”, zegt Van Dale. “De suggestie van een werkbaar compromis is gevaarlijk. Je mag het mensen niet ontzeggen een relatie te beginnen met iemand van wie ze houden.”
Volgens Van Dale mag Plasterk een visie als die van de reformatorische stuurgroep nooit accepteren. “Zij zien homoseksualiteit als een kruis dat je met je mee moet dragen en bepleiten homoseksuele onthouding. Als jongeren dat advies niet opvolgen, worden ze verstoten.” Van Dale vindt dat het ministerie alerter zou moeten zijn. Want volgens hem is er maar weinig zicht op wat zich in streng gereformeerde kringen afspeelt. “Het is een verschrikkelijk gesloten wereld.” Volgens Van Dale is problematiek dezelfde als bij orthodoxe moslims. “Maar van de gereformeerden hoor je minder.”
Gereformeerden zijn grofweg in te delen in twee stromingen. Bevindelijk gereformeerde scholieren bezoeken doorgaans reformatorische scholen, hun ouders stemmen over het algemeen SGP. Zij worden ook wel ‘refo’s’ genoemd. De vrijgemaakt gereformeerden noemen hun scholen gereformeerd; zij kunnen grofweg tot de achterban van de ChistenUnie worden gerekend. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek volgden in 2007 ruim 22.000 middelbare scholieren reformatorisch onderwijs en bezochten bijna 10.000 leerlingen gereformeerde middelbare scholen.
Het COC krijgt af en toe e-mails van gereformeerde jongeren die om hulp vragen. Maar de organisatie komt op hun scholen “absoluut niet binnen”, zegt Van Dale. Hij was dit jaar zelfs niet welkom op de EO-jongerendag. Maar volgens Van Dale gaan binnen orthodox christelijke kring de laatste jaren wel “de sluizen open”.
Oogluikend
Vrijgemaakt gereformeerden gaan doorgaans minder rigide om met homoseksualiteit dan bevindelijk gereformeerden. In deze kringen wordt het hebben van homoseksuele relaties vaak oogluikend toegestaan. “In het gereformeerde onderwijs is men al veel langer met het thema homoseksualiteit bezig”, zegt CU-fractievoorzitter Arie Slob. Dat dit thema nu ook in bevindelijk gereformeerde kringen wordt opgepakt, vindt hij “bijzonder”. Het ministerie van Onderwijs hoeft zich daar wat hem betreft niet mee te bemoeien. “Gun ieder zijn eigen ontwikkelingsproces”, aldus Slob.
Maar ook op vrijgemaakt gereformeerde scholen blijft homoseksualiteit een pijnlijk onderwerp. Zoals blijkt uit het verhaal van de 17-jarige scholiere van het Gomarus College. Volgens haar directeur, Bert de Jong, wordt in de lessen op zijn school al zeker zeven jaar aandacht aan het thema homoseksualiteit. “Frappant”, vindt de scholiere dat. “Nooit iets van gemerkt.”
Haar schoolprestaties hebben danig te lijden gehad onder de eenzaamheid die gepaard ging met de ontdekking van haar lesbische geaardheid. Toen het onderwerp tijdens gesprekken met een counselor ter sprake kwam, raadde hij haar aan de Bijbel te volgen en zich voortaan op jongens te richten. Maar dat kan ze zich niet voorstellen. “Dan houd je jezelf voor de gek.” Ze vindt dat school noch kerk onthouding van haar mag verlangen. “Het zal me eigenlijk worst wezen wat er in de Bijbel staat. Ik wil niet mijn hele leven alleen blijven.”
Het COC organiseert vandaag, op de Internationale Dag tegen Homofobie (elk jaar op 17 mei), een ‘kiss-inn’ bij het Homomonument in Amsterdam. Tussen 17.45 en 18.00 wordt daar een kwartier lang non-stop gezoend; vanaf 16.00 is er al muziek van dj Lupe. Het is een ‘liefdevolle’ actie tegen verbaal en fysiek geweld jegens homo’s. Volgens het COC is de veiligheidsituatie van ‘iedereen die een beetje anders is’ drie jaar na de vorige kiss-inn niet verbeterd. Zo werd op Koninginnedag op het Rembrandtplein een model van een catwalk getrokken en gemolesteerd. Van intolerantie ten opzichte van homo’s op orthodox christelijke scholen zijn minder gewelddadige voorbeelden bekend. Een greep: in 2004 raakte het Calvijn College in Goes in opspraak toen bleek dat de school leerlingen door middel van een internetfilter verhinderden de site van het COC te bezoeken. Datzelfde jaar stuurden tientallen christelijke scholen het homojongerenblad Expreszo terug, hetgeen tot grote ontsteltenis leidde in Den Haag. En vorig jaar werd de Amsterdamse evangelische scholengemeenschap De Passie door de Commissie Gelijke Behandeling veroordeeld, nadat de school een leraar had afgewezen op grond van zijn homoseksuele geaardheid.
