Genen bepalen of tiener al jong drinkt
Tieners die al voor hun zestiende alcohol gaan drinken, hebben daar vaak genetische aanleg voor. Het eerste wijntje luidt voor hen regelmatig drinken in.
rotterdam. Genetische aanleg is veel belangrijker voor het wel of niet blijven drinken na een eerste experimenteel glaasje, dan de invloed van familie, vriendjes en vriendinnetjes. Dit blijkt uit een studie onder ruim achtduizend tweelingen van twaalf tot vijfentwintig jaar waarop Evelien Poelen, gezondheidsonderzoeker aan de Radboud Universiteit Nijmegen, vandaag promoveert.
In welke mate geeft genetische aanleg de doorslag voor drinken bij jongeren?
„Voor jonge jongeren, dertien tot vijftien jaar, is het verschil tussen wel of niet doorgaan met regelmatig drinken na het eerste experimentele drankje bij jongens voor 83 procent verklaard door genen. Bij meisjes voor 70 procent. De omgevingsfactoren spelen bij meisjes dus een iets belangrijker rol dan bij jongens.”
Is er ook een verband tussen het hoeveel drinken en genetische aanleg?
„Nee, het blijkt dat omgevingsfactoren dan belangrijker zijn. Zodra jongeren de uitgaansleeftijd bereiken, beginnen zij met sociaal drinken en wordt de mate waarin zij drinken sterk bepaald door de omgeving. De vriendjes en vriendinnetjes met wie ze uitgaan. Terwijl bij heel jonge jongeren het drinken vaak thuis plaatsvindt onder toeziend oog van de ouders, bijvoorbeeld bij een maaltijd.”
En met oudere jongeren? Is genetische aanleg bij hen niet doorslaggevend?
„Dat kun je niet zeggen. Maar ik heb vooral naar jongere jongeren gekeken, omdat zij voor het eerst beginnen met drinken. De meeste oudere jongeren, dat is de groep van zestien tot vijfentwintig jaar, drinken al. Bij hen heb ik daarom vooral gekeken naar het verband tussen de frequentie van de alcoholconsumptie en de rol van de genen.”
Hoeveel drinken jongeren eigenlijk per week?
„Per week drinkt 13 procent van alle jonge jongens en 12 procent van alle jonge meisjes één glas alcohol. Dit neemt enorm toe naarmate zij ouder worden. 47 procent van de jongens en 26 procent van de meisjes drinkt dan zes tot twintig glazen per week.”
Is er sprake van problematischer drinkgedrag bij de jongeren met een genetische aanleg voor drinken?
„Nee, dat hebben we niet vast kunnen stellen. Maar iets anders is, dat vroeg drinken een voorspeller is voor later probleemgedrag en grotere gezondheidsrisico’s op latere leeftijd.”
Waarmee u maar wilt zeggen dat jongeren maar beter niet kunnen beginnen met drinken?
„Inderdaad. Het experimenteren met alcohol is helemaal niet zo onschuldig als men denkt. Het begint met een glaasje, dan twee en al gauw zijn het er drie. ”
En dan wordt de genetische aanleg ook nog eens ‘aangewakkerd’?
„Dan ontstaat er in ieder geval een samenspel van genetische aanleg en omgevingsfactoren. Als je eenmaal de grens over bent van dat eerste drankje en je hebt aanleg om te drinken, is het kwaad al geschied. Hoe het precies biologisch werkt, is onbekend. Ik heb ook geen ‘alcoholgen’ ontdekt of zo! Ik heb gekeken naar de relatieve invloed van genen.”
Kunnen jongeren met een genetische aanleg voor drinken moeilijker stoppen dan anderen?
„Dat is nog nooit onderzocht, omdat jongeren helemaal niet stoppen met drinken. Alcoholgebruik neemt tot het vijfentwintigste levensjaar alleen maar toe. Daarna, als iedereen is afgestudeerd en geen tijd meer heeft om elke donderdag te gaan stappen, gaan jongeren minder drinken. Maar van stoppen is geen sprake.”
Vanaf welke leeftijd zouden jongeren van u een wijntje mee mogen drinken aan tafel?
„Sinds ik als gezondheidsonderzoeker werk, zeg ik altijd: pas na hun zestiende of misschien zelfs wel later. Biologisch onderzoek laat zien dat de hersenen tot het achttiende levensjaar nog in ontwikkeling zijn. Nederlanders zijn nog onvoldoende doordrongen van de risico’s van alcoholgebruik. Europees onderzoek wijst uit dat Nederlandse jongeren naar boven uitschieten in alcoholgebruik. Ze staan zo’n beetje bekend als de zuiplappen van Europa en starten er ook nog eens ontzettend vroeg mee. ”
Hoe zit het met roken en genetische aanleg?
„Heel interessant. Onderzoek heeft aangetoond dat daar precies het omgekeerde aan de hand is. De eerste sigaret wordt vooral gerookt onder invloed van omgevingsfactoren, bijvoorbeeld vrienden en vriendinnetjes. Maar daarna blijkt dat het aantal sigaretten dat per dag gerookt wordt juist door de genen wordt bepaald.”
TweelingonderzoekOm te bepalen of jong alcohol drinken erfelijk bepaald is, zijn eeneiige en twee-eiige tweelingen onderzocht. Wanneer de overeenkomst in drinkgedrag binnen eeneiige tweelingparen groter is dan bij twee-eiige , leveren genetische factoren een bijdrage aan dit gedrag. Het genenpakket van eeneiige tweelingen is immers identiek. Twee-eiige tweelingparen hebben slechts voor de helft dezelfde genen, zoals normale broers en zussen. De omgevingsfactoren van tweelingen zijn hetzelfde. Ze zijn opgegroeid in dezelfde gezinnen. |
