Cocaïne laat bij euforisch dansen

Door Jop de Vrieze

Rotterdam, 30 dec. Honingbijen die cocaïne krijgen, dansen enthousiaster dan normaal. Dit zou betekenen dat cocaïne invloed heeft op hun fysiologie. Bij zoogdieren heeft cocaïne invloed op een hormonaal beloningsysteem. Mogelijk hebben bijen dat ook, maar zo’n systeem is nog niet aangetoond bij insecten. Australische biologen schrijven over hun onderzoek naar het cocaïnegedrag van bijen in het komende nummer van het Journal of Experimental Biology.

Cocaïne komt van nature voor in bladeren van de cocaplant. Het idee is dat het een sterk gif is om de vraat van insecten te beperken. Eerder was aangetoond dat fruitvliegen door cocaïne ernstige breinschade oplopen en er zeker geen positieve effecten van ondervinden.

Bijen ‘dansen’ om hun soortgenoten te laten weten dat ze voedsel hebben gevonden. Door variatie in heftigheid en richting van de bewegingen beschrijven ze waar de voedselbron is en wat de kwaliteit ervan is.

In de experimenten lieten de onderzoekers bijen naar suikeroplossing zoeken. Druppelden ze een klein beetje cocaïneoplossing op de rug van een bij, dan begon deze na het vinden van voedsel bij terugkeer in de bijenkorf veel enthousiaster te dansen: hij overdreef de kwaliteitsbeschrijving van zijn vondst. Andere bewegingen waren niet heftiger dan normaal, dus er was geen sprake van algehele hyperactiviteit.

De onderzoekers gingen na of de bijen gevoeliger waren voor suiker. Dat zou de reden kunnen zijn om zo enthousiast over hun vondst te zijn. En het zou ook betekenen dat de vondst en het dansen gekoppeld is via een beloningssysteem. Ze lieten de bijen hongeren en keken hoe zeer ze hun tong uitstaken naar verschillende suikeroplossingen. De gedrogeerde bijen reageerden gevoeliger op deze oplossingen. De vraag was nu of deze toegenomen gevoeligheid ook voor andere beloningen geldt. En inderdaad, op bloemstuifmeel reageerden de bijen ook euforischer.

Tenslotte was de vraag of de bijen ‘verslaafd’ konden raken aan de cocaïne. De onderzoekers testten of de bijen het verschil konden leren waarnemen tussen de geur van citroen en vanille. Dat ging hen goed af, totdat ze geen cocaïne meer kregen – vergelijkbaar met het effect dat bij afkickende mensen optreedt. De Australiërs denken overigens niet dat het stimulerende effect van cocaïne een evolutionair doel heeft. Het zou slechts een bijwerking zijn.

Gepubliceerd in:
Wetenschap
Wetenschap