Symbolisch woordgebruik heeft een fysieke basis

Moeder en kind in Cuba. De mens heeft als eerste geleerd om biologische, lichamelijke ervaringen te beschrijven - zoals moederwarmte.
Door onze redacteur Ellen de Bruin

Veel symbolisch, metaforisch taalgebruik is geënt op heel concrete, lichamelijke waarnemingen. Het achterliggende concept heet 'embodied cognition', letterlijk ‘belichaamde gedachten’.

Heeft iemand met een ‘warme persoonlijkheid’ ook echt een hogere lichaamstemperatuur? En heeft iemand die ‘vuile handen heeft gemaakt’ echt vieze handen? Nee, althans niet per definitie. Toch komen zulke uitdrukkingen in allerlei talen voor – ze zijn niet karakteristiek voor een taal, een cultuur, maar voor de menselijke soort. En ze blijken wel degelijk een fysieke oorsprong te hebben, zo tonen verschillende recent verschenen onderzoeken aan.

Veel symbolisch, metaforisch taalgebruik is geënt op heel concrete, lichamelijke waarnemingen. De mens heeft als eerste geleerd om biologische, lichamelijke ervaringen te beschrijven – zoals moederwarmte. Vervolgens is de betekenis van de daarvoor gebruikte woorden uitgebreid naar vergelijkbare niet-fysieke ervaringen, van – in dit geval – veiligheid en vertrouwen. Die noemen ze dan ook warm.

Het achterliggende concept is dat van embodied cognition, letterlijk ‘belichaamde gedachten’. Het idee is dat iemands gedachten geen onafhankelijk van de buitenwereld opererende abstracties zijn, maar volledig worden bepaald door de interactie tussen het lichaam en de buitenwereld. Vorm en mogelijkheden van het menselijk lichaam bepalen welk gedrag we kunnen vertonen, en dat vormt dan weer de menselijke cognitieve functies, zoals de manier waarop mensen de wereld in categorieën indelen en die benoemen. Een hoofd zonder lichaam zou nooit kunnen denken, menen de strengste aanhangers van embodied cognition.

Nog een (simpel) voorbeeld: mensen gebruiken het tientallig stelsel omdat de mens tien vingers heeft, ook al biedt het twaalftallig stelsel extra rekenkundige voordelen (twaalf heeft meer delers dan tien). En volgens sommige onderzoekers valt ook facial feedback onder embodied cognition: als mensen hun mond in een glimlach trekken, worden ze enthousiaster over wat ze aan het doen zijn.

Doordat embodied cognition zo’n abstract begrip is, is het moeilijk af te bakenen. Het is dan ook eerder een uitgangspunt voor onderzoek dan een onderzoeksterrein. Het idee dat ‘cognition’ ‘embodied’ is, wordt wel steeds populairder: in verschillende disciplines (ontwikkelingspsychologie, cognitieve psychologie, taalwetenschap, robotica, artificiële intelligentie, filosofie) groeit het aantal wetenschappers dat het als uitgangspunt neemt voor hun werk.

Zeven metaforen met bewezen lichamelijke oorsprong vandaag in de Wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad.

Gepubliceerd in:
Wetenschap
Wetenschap
Nieuwsbrief