Ben jij al ontvriend?

Burger King gaf een gratis Whopper aan Facebook-leden die tien vrienden uit hun vriendenlijst verwijderden.
Door Ellen de Bruin

Het gonst op internet: defriending wordt dé trend voor 2009: het verwijderen van vage kennissen uit je netwerksite. Maar uit niets blijkt dat het al massaal gebeurt.

Rotterdam, 12 febr. Op internet is het heel makkelijk om een vriendschap op te zeggen. Je klikt gewoon op ‘remove from friends’ – en klaar.

Volgens trendwatchers wordt dit defriending dé trend voor 2009. Mensen zullen massaal vage kennissen verwijderen uit hun netwerksites, zoals vriendensite Facebook, dat deze maand vijf jaar bestaat, en het zakelijke LinkedIn, opdat ze alleen nog kwaliteitscontacten overhouden.

Heeft te maken met onthaasten, behoefte aan quality time en misschien wat netwerksite-moeheid, schrijven allerlei trendblogs van elkaar over. Hamburgerketen Burger King speelde er vorige maand op in met de Whopper Sacrifice: het bedrijf beloofde via Facebook een Whopper aan Amerikanen die minstens tien vrienden verwijderden; de slachtoffers kregen een melding dat ze geofferd waren voor een gratis hamburger. Er werden 233.906 vrienden verwijderd voor de campagne werd stopgezet. Dat gebeurde omdat die de privacy van Facebook-gebruikers aantastte – normaal krijgen mensen geen melding als iemand de vriendschap opzegt.

Het is een tot de verbeelding sprekend verhaal, mensen die hun vage vrienden opgeven in ruil voor een broodje en kiezen voor kwaliteitsvriendschap in plaats van oppervlakkig internetgedoe met grote aantallen contacten als statussymbool. Maar is het waar? Dat blijkt nog nergens uit.

Op internet wordt de ‘trend’ enthousiast gemeld, maar er zijn geen verhalen te vinden van mensen die hun contactenlijst drastisch hebben gekortwiekt, of enige andere informatie waaruit zou blijken dat veel mensen dat doen. Onderzoekers van TNO Delft en het Tilburg Institute for Law, Technology, and Society, die sociale netwerken bestuderen, zijn het verschijnsel ook niet tegengekomen. En Raymond Spanjar, oprichter van Hyves (netwerksite voor Nederlandse jongeren), ziet het evenmin als trend. „Vanaf het begin zijn sommige mensen kritisch over sociale netwerksites. Daar speelt dit op in.”

Hyves heeft nu vijf miljoen actieve accounts, zegt Spanjar, en groeit nog steeds. „De groei in het aantal accounts is wat afgezwakt, maar we zien daarentegen nog steeds een toename in het gebruik” – naar elkaar ‘krabbelen’, profielen bijwerken, etcetera. Ook Facebook (150 miljoen gebruikers in 170 landen) groeit nog steeds.

Psychologisch gezien ligt het niet voor de hand dat mensen in vriendenlijsten gaan schrappen. Je hoeft er immers niets van te merken dat je die contacten hebt. Bovendien blijkt uit onderzoek dat mensen een sterke weerstand voelen om iets weg te gooien, simpelweg omdat het al in hun bezit is. Dit wordt het endowment effect genoemd en het is de reden dat kelders zo vol liggen. Dus is niet het ‘ontvrienden’ de trend, maar het praten en schrijven erover. Als mensen ooit netwerksite-moe worden, zullen ze die sites gewoon verlaten – en dan laten ze hun vriendenlijsten daar lekker staan.

Meer dan de helft van de achttien- tot twintigjarigen die een profiel hebben op netwerksites als Myspace of Facebook is riskant bezig. Ze publiceren op hun profiel meestal te onthullende informatie over zichzelf.

Onderzoekers van de University of Washington in Seattle hebben hebben gekeken naar riskant gedrag van jongeren op internet, en of dat beïnvloedbaar is. Hun conclusie: ja, ze zijn te riskant bezig. En ja, ze zijn beïnvloedbaar.

En e-mail aan die jongeren, die wijst op het riskante gedrag en die komt van een verstandig overkomend iemand die zich ‘dr. Meg’ noemt, verandert dat gedrag. Eenzesde zwakte seksuele teksten af; een kwart verwijderde verwijzingen naar roken, drinken en het gebruik van verdovende middelen. Ook beperkten veel Myspace-gebruikers de toegang tot hun eigen gegevens.

Ook zonder waarschuwing maken veel gebruikers na een tijdje hun profielen minder expliciet. Het onderzoek werd begin vorige maand gepubliceerd in de Archives of Pediatric and Adolescent Medicine.

Gepubliceerd in:
Wetenschap
Wetenschap