Nieuwe natuur levert vaak saaie natuur op
Rotterdam, 28 maart. Het inrichten van ‘nieuwe natuur’ op voormalige landbouwgrond, in Nederland in zwang sinds 1990, levert eerder eentonige „VVV-heide” op dan de gewilde graslanden en moerassen vol zeldzame dier- en plantensoorten. Dat blijkt uit Gronings onderzoek.
Bij het ‘ontgronden’, het weghalen van landbouwgrond, wordt met een machine tot een meter grond afgraven. Maar veel natuurgebieden blijken zo overbemest te zijn dat toch nog te weinig grond is verwijderd. Een kwart tot de helft van de onderzochte gebieden raakte daardoor sterk begroeid met pitrus, een grasachtige plant die snel groeit en grote pollen vormt. Het herstel zal naar verwachting enkele decennia tot een eeuw duren.
Maar wanneer wél diep genoeg wordt afgegraven, verandert het terrein in een vijandig gebied voor dier- en plantensoorten: kaal en daarom heel nat of droog.
Het uitzaaien van planten in natuurgebieden zou het herstel sterk kunnen versnellen, zo ontdekte de Nijmeegse Radboud Universiteit bij veldonderzoek in Gelderland. Maar volgens de Groningse ecoloog Renée Bekker zijn natuurorganisaties er huiverig voor. „Zaaien gebeurt vaak heimelijk. Ik denk dat die houding voortkomt uit calvinisme, of uit weerstand tegen het actief ingrijpen in de natuur.”
Uit de Groningse inventarisatie bleek ook dat twintig jaar lang slecht is bijgehouden hoe de nieuwe natuurgebieden zijn ingericht. In een meerderheid van de gebieden ontbraken logboeken, foto’s of plantenlijsten waarmee gevolgd kon worden of de natuurontwikkeling slaagde. Volgens Bekker was het „trial and error”.
Lees meer over het onderzoek in de Wetenschapsbijlage van de papieren NRC Handelsblad of in de digitale editie.
