Botten van vroege viervoeter bewijzen gedragsverandering
Rotterdam, 18 april. Fossielen van vroege viervoeters laten zien hoe vissen hun skelet vanaf zo’n 380 miljoen jaar geleden aanpasten aan het leven op het land. Vinnen veranderden geleidelijk in poten.
Voor het eerst zijn nu ook aanwijzingen gevonden voor de gedragsverandering tijdens het leven van één dier dat op de grens van water en land vertoefde. Nieuw onderzoek aan Groenlandse fossielen toont aan dat de vroege viervoeter Ichtyostega op jonge leeftijd vooral in het water leefde. Uit de andere spieraanhechting op botten van volwassen dieren bleek dat die zich meer op het land waagden dan jonge dieren (Science, 17 april).
Deze studie van Per Ahlberg is belangrijk, omdat hij een beeld geeft van de manier waarop evolutie in zijn werk gaat. Ichtyostega was een viervoeter met poten en tenen, mogelijk met zwemvliezen, en een vissenstaart.
Tenen zijn volgens Ahlberg niet alleen nuttig voor landdieren, maar ook voor waterdieren die grip moeten krijgen op de bodem. In de tijd dat Ichtyostega leefde – 365 miljoen jaar geleden – hadden de eerste grote landplanten en insecten het land gekoloniseerd. Op zandbanken langs de kust was een moerasachtig milieu ontstaan, waar voor dieren die zich op het land waagden iets te halen viel. En dus gebeurde het. In een toelichting aan de telefoon vergelijkt de hoogleraar aan de universiteit van Uppsala het proces met de verspreiding van een wijnvlek over een tapijt: de aangeboden ruimte wordt opgevuld.
Ahlberg ontdekte de indicatie voor de gedragsverandering van de volwassen dieren op het bovenarmbot van Ichtyostega. Bij de volwassen dieren zit het aanhechtingspunt voor de borstspier aan de zijkant van het bovenarmbot. Bij de jonge dieren zit dit aanhechtingspunt juist op het midden. Volgens Ahlberg was de decentrale aanhechting van de spier nuttig voor de voortbeweging op het land.
Volgens Ahlberg hebben recent gevonden fossielen van de nóg vroegere viervoeter Tiktaalik (380 miljoen jaar oud) geholpen bij zijn analyse. Ook Tiktaalik leefde op de grens van water en land. Het dier had polsen en handpalmen, maar geen tenen of vingers en lijkt dus nog wat meer op een vis dan Ichtyostega. Volgens Ahlberg was de aanhechting van de spieren op het opperarmbot van dit dier óók minder geschikt voor lopen op het land.
Volgens Ahlberg behoort Ichtyostega tot een brede soortenwaaier van vroege viervoeters. Het is geen directe voorouder van de moderne viervoeters. Tiktaalik is dat mogelijk wel.
