Kleurenblinde apen genezen
Rotterdam, 17 sept. Twee doodshoofdapen zijn van hun kleurenblindheid genezen door gentherapie. Amerikaanse onderzoekers hebben het gen voor een ontbrekend pigment in de kegeltjes van hun netvliezen ingebouwd. Daardoor konden de dieren ineens rood van groen onderscheiden. De nieuwe behandeling is relevant voor kleurenblinden, en voor mensen met ándere vormen van blindheid die ontstaan door afwijkingen van de lichtgevoelige pigmenten in het oog. Dat schrijven de onderzoekers vandaag in het blad Nature.
Bij kleurenblinde mensen en doodshoofdapen is iets mis met het gen voor één van de pigmenten die nodig zijn om kleuren te kunnen zien. Dat doen we met de kegeltjes in het netvlies op de achterwand van het oog. Daarvan bestaan drie typen die gevoelig zijn voor respectievelijk rood, groen en blauw licht. Veruit de meeste kleurenblinden zijn rood-groen blind: de genen voor de pigmenten van de rode en/of groene kegeltjes ontbreken of zijn gemuteerd.
Bij de behandelde apen ontbrak het gen voor het voor rood licht gevoelige langgolvige opsine. Onderzoekers uit Florida bouwden het ontbrekende gen in bij onschadelijk gemaakte virussen, die in het netvlies werden geïnjecteerd. Ongeveer vijf weken later zagen beide apen kleuren die ze voordien niet konden waarnemen. Anderhalf jaar later konden ze alle kleuren van een standaard 16-kleurenschema onderscheiden.
