Loofbomen verminderen beschermende wolkvorming boven naaldbos
Lang niet alle bossen zijn zo goed voor het klimaat als op grond van hun CO2-opname waarschijnlijk lijkt. Een Duits-Finse onderzoeksgroep bericht in Nature (17 september) dat het binnendringen van loofbomen (zoals eiken) in de noordelijke naaldwouden van Amerika , Europa en Azië een ongunstig effect kan hebben op de natuurlijke heiigheid en bewolking boven die bossen. Nu wordt daar dankzij die heiigheid nog veel zonnewarmte weerkaatst, in de toekomst kan dat door de klimaatverandering minder worden. Dan krijgt de opwarming een ongewenste versterking.
De onderzoekers, aangevoerd door Astrid Kiendler-Scharr van het Forschungszentrum in Jülich, voegen laboratoriummetingen toe aan een oude veldwaarneming. Die waarneming is dat de Scandinavische naaldwouden veel vluchtige organische stoffen uit de groep monoterpenen in de lucht brengen en dat daaruit door een reactie met ozon en hydroxyl-radicalen allerlei oxydatieproducten ontstaan die op hun beurt weer deeltjes vormen die als kiemen voor nevel- of wolkvorming dienen. Als er veel kiemen zijn, bestaan wolken uit veel kleine druppeltjes. Zulke wolken weerkaatsen veel zonnewarmte.
De uitstoot van monoterpenen is in de zomer het hoogst, maar blijkt toch vooral tijdens voorjaar en herfst de grootste heiigheid te veroorzaken. Het vermoeden was daarom dat de bossen midden in de zomer ook een stof uitstoten die de vorming van de kiemen onderdrukt. Inmiddels is de veronderstelling dat die stof isopreen is. De uitstoot van isopreen, verwant aan de monoterpenen, is midden in de zomer relatief sterk.
De lucht uit een kleine, goed gesloten kas waarin berken, beuken en sparren groeiden werd doorgevoerd naar een kas waarin natuurlijke concentratie ozon en hydroxyl-radicalen heersten. Aan die kas werd kunstmatig meer of minder isopreen toegevoegd. Zonder isopreen ontstonden veel deeltjes van het soort dat als wolkenkiem kan dienen. Met veel isopreen bleef het effect keer op keer uit. De hypothese is dat het isopreen de hydroxyl-radicalen wegvangt die nodig zijn voor de oxydatie van de monoterpenen. Omdat vooral eiken veel isopreen uitstoten en er door de klimaatverandering steeds meer eiken de noordelijke bossen binnendringen, kan dat een belangrijk effect hebben.
Een begeleidend – zuinig – commentaar in Nature onderstreept dat in de kassen bij lange na niet alle gassen aanwezig zijn die van nature in de lucht voorkomen. Ook zou ander onderzoek hebben aangetoond dat de concentratie hydroxyl-radicalen boven de noordelijke bossen ’s zomers helemaal niet afneemt.
