Nobelprijs Geneeskunde voor bescherming chromosomen
Rotterdam, 5 okt. De honderdste Nobelprijs voor Geneeskunde is vanochtend toegekend aan twee vrouwen en een man: Elizabeth Blackburn, Carol Greider en Jack Szostak, alle drie Amerikanen. Blackburn heeft ook de Australische nationaliteit.
Zij krijgen de prijs voor hun ontdekking dat aan het einde van chromosomen speciale stukjes DNA (telomeren) zitten die de rest van het DNA op dat chromosoom beschermen tijden celdelingen. Die telomeren spelen dus een belangrijke rol bij veroudering van lichaamscellen en bij kanker.
Met deze toekenning is het aantal vrouwen dat de Nobelprijs voor Geneeskunde heeft gekregen flink verhoogd: van acht naar tien. Dit is de eerste Nobelprijs die dit jaar bekend wordt gemaakt, de rest volgt komende week.
Vorige week pleitten tien vooraanstaande wetenschappers, onder wie primatoloog Frans de Waal, psycholoog Steven Pinker en mierenkenner E.O. Wilson, in een open brief aan het Nobelcomité voor een uitbreiding van de Nobelprijzen.
Zij schreven dat de wetenschap zo sterk is veranderd sinds de prijzen in 1901 werden ingesteld, dat de huidige categorieën van de prijs– natuurkunde, scheikunde, fysiologie of geneeskunde, literatuur, vrede en economie – onvoldoende recht doen aan wat zij de belangrijkste wetenschapsgebieden van deze eeuw noemen: biologie en milieu- en volksgezondheidswetenschappen. Net zoals in 1968 economie zou nu biologie moeten worden toegevoegd.
Nu is er alleen de nogal onbekende Crafoordprijs, eveneens uitgereikt door de Zweedse Academie voor Wetenschappen, die speciaal is ingesteld om de leemtes van de Nobelprijzen te vullen. Nobelprijsdirecteur Michael Sohlman heeft laten weten de Nobelprijzen voorlopig niet te zullen herzien. Overigens ontving de Nederlandse bioloog Niko Tinbergen de Nobelprijs voor fysiologie in 1973 voor gedragsonderzoek bij dieren.
De nu gelauwerde genetici (in feite ook drie biologen) ontdekten dat de uiteinden van de chromosomen, de telomeren, voorkomen dat de DNA-strengen ‘slijten’ tijdens het kopiëren van het erfelijk materiaal. Men vergelijkt telomeren daarom wel met het plastic uiteinde van een veter. Pas als ze zelf zijn versleten, gaat er bij iedere kopieerronde erfelijk materiaal verloren en veroudert de cel.
Het enzym telomerase repareert de telomeren bij iedere ronde; de hoeveelheid telomerase bepaalt daarmee de levensduur van een cel. In kankercellen is die activiteit vaak verhoogd, wat leidt tot ongeremde celdeling. Is telomerase weinig actief, bijvoorbeeld bij bepaalde genetische ziekten, dan verouderen cellen juist te snel.
