Eerste botsing in deeltjesversneller CERN
Rotterdam, 23 nov. Medewerkers van het Europees instituut voor deeltjesonderzoek Cern bij Genève zijn er voor het eerst in geslaagd om deeltjes - nog wel bij lage energie - te laten (proef) botsen in de grootste deeltjesversneller op aarde, de LHC-versneller. De stap werd omschreven als een ,,grote prestatie" .
Vanmiddag om half twee slaagden de versnellerexperts er in om twee bundels met deeltjes tegelijk in tegengestelde richting te laten reizen door de 27 kilometer lange ringvormige versneller.
Dit weekeinde was het al gelukt om deeltjes met de klok mee (op vrijdag) en tegen de klok in (zondag) door de ondergrondse LHC-versneller te laten draaien.
De versneller verkeert in een uitstekende toestand, zei versnellerbaas Steve Myers vanmiddag op een persconferentie waar hij plots van de kwaliteit van de deeltjesbundels toonde.
Vorig jaar raakte de LHC negen dagen na het opstarten zwaar beschadigd. De oorzaak was een kortsluiting in een verbinding tussen twee supergeleidende magneten en een daarop volgende heliumexplosie. Het herstel kostte ruim een jaar. Er bleken extra voorzieningen nodig, zoals veiligheidskleppen voor het heliumsysteem, om zo’n rampscenario in de toekomst te voorkomen. En het kostte maanden om de versneller weer af te koelen tot 1,9 graden boven het absolute nulpunt, de temperatuur waarbij LHC functioneert.
De fragmenten die bij deeltjesbotsingen vrijkomen geven fysici inzicht in de kleinste bouwstenen van de materie. Maar daarvoor is bovendien vereist dat de botsende deeltjes eerst tot hoge energie zijn versneld. De supergeleidende magneten die dat bewerkstelligen, zullen pas in december worden ingeschakeld – een volgende spannende stap, omdat het juist daar vorig jaar mis ging.
