Visdiefje vindt geen spiering meer

?Biddend? visdiefje, vlak voor de duikvlucht.
Door onze redacteur Hester van Santen

Er leefden dit jaar bijna geen jonge visdiefjes op De Kreupel. Op dit eilandje in het IJsselmeer huist de grootste broedkolonie van West-Europa, maar het voedsel raakt op.

Rotterdam, 5 jan. Kunnen de spieringvissers aan het eind van deze winter uitvaren? Daarover beslist het ministerie van LNV over een maand. De kans op ‘nee’ is het grootst, gezien de besluiten in de afgelopen jaren. Want het gaat slecht met de Nederlandse spiering, die voor het overgrote deel wordt gevangen in het IJsselmeer. De aantallen lopen sinds twintig jaar terug. Inmiddels hebben de vogels eronder te lijden die spiering eten: de jonge visdiefjes.

Dat laatste blijkt uit een studie die ecologisch adviesbureau Bureau Waardenburg het afgelopen jaar uitvoerde in opdracht van de Vogelbescherming, en die eind vorig jaar werd gepubliceerd. Onderzoeker Jan van der Winden vertelt wat hij eind mei zag in de grootste kolonie visdiefjes van West-Europa, op een eilandje in het IJsselmeer: „Veel nesten hadden helemaal geen jongen. Twee weken later waren er nog steeds weinig jongen, en wel veel dode.”

Spiering komt in Nederland nauwelijks op de markt. Bijna de hele vangst gaat naar Spanje, waar de visjes gefrituurd op tafel komen. Maar de vangst is nu zo mager dat de visserij op het IJsselmeer en Markermeer het afgelopen decennium al vier maal gesloten was: in 2004, 2005, 2007 en 2008. Visbiologen denken dat het warme zomerweer mede de oorzaak is: in water boven de twintig graden gedijt spiering slecht.

Spiering is een belangrijke voedselbron voor verschillende IJsselmeervogels. Grote zaagbekken en nonnetjes leven ervan als ze hier overwinteren, zwarte sterns eten zich vol op doorreis vanuit Scandinavië en Rusland, en visdiefjes voeren de visjes aan hun jongen in het broedseizoen. De slechte spieringstand kan dus grote ecologische gevolgen hebben. En dat zien biologen nu gebeuren, op het eilandje De Kreupel.

De Kreupel is een kunstmatig eiland in het IJsselmeer, voor de kust ten noorden van Enkhuizen. Het is 70 hectare groot, grotendeels kaal en zanderig, en speciaal aangelegd voor de vogels. In 2004 was het eiland klaar, en sindsdien zijn er aalscholvers en veel visdiefjes gaan broeden. Met 4.000 broedparen leeft op De Kreupel nu de grootste broedpopulatie visdiefjes van West-Europa, en mogelijk in heel Europa. Vanaf mei ligt er om de paar meter een nest, en vliegen de visdiefjes er in wolken.

Tot dit jaar dus. Ecoloog Van der Winden van Bureau Waardenburg zag het tijdens een jaarlijks bezoek aan De Kreupel, en deed in de zomer nader onderzoek. De onderzoekers telden jonge vogels op de nesten, en door ze in staande netten te vangen. Er zijn dit jaar ‘maximaal een paar honderd’ jongen uitgekomen, terwijl dat er in andere jaren enkele duizenden zijn.

Een gebrek aan spiering is volgens de ecologen de oorzaak: ze zagen dat de jongen merendeels spierinkjes eten. Die spieringen waren dit jaar te klein – oftewel te jong. „Om genoeg te krijgen, zouden de jongen elke anderhalf tot drie minuten zo’n visje moeten eten”, zegt Van der Winden. „Dat halen de ouders niet.”

Een enkel slecht jaar, in het IJsselmeer, vormt geen bedreiging voor het voortbestaan van de visdief. Ze broeden volgend jaar gewoon opnieuw. Maar het is aannemelijk dat de spieringstand slecht blijft, zegt visserijbioloog Martin de Graaf van het zee-onderzoeksinstituut IMARES. „We hebben de laatste tien jaar niet één goed jaar meer gehad. Het lijkt erop dat de veerkracht uit het systeem is.”  Het IJsselmeer is de afgelopen decennia aan het veranderen, legt hij uit. Het water is warmer, en de waterkwaliteit is beter. Daarom zijn er minder algen, en dus minder watervlooien en minder eten voor de spieringen.

En dan is er de visserij. De vissers vissen weliswaar deels nádat de spieringen zich hebben voortgeplant, en stellen zo de volgende generatie veilig.

De Graaf ziet daarom maar een „klein rolletje” voor de visserij als verklaring voor de lage spieringstand. Maar de vissers vissen ieder jaar wel de grootste spieringen op. En dat zijn juist de visjes die de oudere visdiefjongen moeten eten, concludeert Van der Winden. De Graaf: „Dat vond ik het interessante punt uit dit onderzoek.”

Gepubliceerd in:
Wetenschap
Nieuwsbrief