Aardbeving Haïti kwam niet voor iedereen onverwacht
De kaarten met risico’s van aardbevingen zitten er vaak naast, bleek ook nu weer. Maar voor wetenschapper Manaker kwam de aardbeving op Haïti niet onverwacht.
Rotterdam, 14 jan. Wetenschappers die kaarten maken met daarop wereldwijd de risico’s van aardbevingen, zitten er vaak naast. Dat is opnieuw duidelijk geworden nu Haïti is getroffen door een beving van 7.0 op de schaal van Richter.
Op de risicokaart van de wereldwijd toonaangevende US Geological Service staat Haïti weliswaar als risicozone ingetekend, maar de gevaren worden het hoogst ingeschat aan de oostkant van Haïti. In werkelijkheid trof de aardschok vooral het westen.
Kwam de aardbeving dus voor iedereen onverwacht? Zeker niet.
De Amerikaanse aardwetenschapper David Manaker waarschuwde al in 2008 voor de aardbevingsrisico’s langs de zogeheten Enriquillo-breuklijn, vanaf de uiterste oostpunt van het eiland naar Port-au-Prince. „Langs deze breuklijn zou een aardbeving kunnen ontstaan met een magnitude van 7,2”, schreef Manaker in het wetenschappelijk tijdschrift Geophysical Research Letters. Hij zat er akelig dichtbij.
„De analyse van Manaker is gebaseerd op de verschuivingen van aardplaten ten opzichte van elkaar”, verklaart de Nederlandse geofysicus Rob Govers van de Universiteit Utrecht. „Haïti ligt op de Caraïbische plaat, dichtbij de noordgrens. GPS-metingen laten zien dat deze Caraïbische plaat ten opzichte van Noord-Amerika met zo’n twee centimeter per jaar verschuift naar het noordoosten.

„Volgens de gegevens van Manaker dateert de laatste aardbeving langs deze Enriquillo-breuklijn uit het midden van de achttiende eeuw. In deze zone heeft zich ruim 250 jaar lang spanning opgebouwd, zonder dat het tot een ontlading is gekomen. Als aardwetenschapper weet je dat die breuklijn een keer los gaat schieten. We weten alleen absoluut niet wanneer. Dat blijft een groot probleem.”
De wereldwijd veelgebruikte risicokaarten (hazard maps) zijn niet gebaseerd op alarmerende verschuivingen van continenten, maar op aardbevingen uit het verleden. Die kaarten bieden dus vooral wijsheid achteraf. „Ik voorspel je”, zegt Manaker, „dat het westelijk deel van Haïti op de kaarten van de US Geological Service over een maand felrood gekleurd zal zijn. De aardbeving van eergisteren is dan verwerkt.” Maar, zegt hij erbij: „Er wordt hard gewerkt aan het verwerken van GPS-data in kaarten voor aardbevingsrisico’s. Dat gebeurt in elk geval bij VN-organisatie Unesco.”
Maar ook de methode van David Manaker is niet feilloos. Manaker schatte de gevaren langs een breuklijn op de noordkust van Haïti hoger in dan de risico’s langs de Enriquillo-breuklijn. Als de aardkorst daar losschiet, is de beving in dit dunner bevolkte gebied waarschijnlijk nog zwaarder.
Maar de schok kan evengoed nog eeuwen op zich laten wachten.
Haïti is in de nacht van dinsdag op woensdag getroffen door de zwaarste
aardbeving sinds 1770. De aardbeving had een kracht van 7,0 op de schaal van
Richter en vond plaats even voor vijf uur ‘s middags lokale tijd.
De verwoesting is zeer groot, aangezien het epicentrum vijftien kilometer ten
zuidwesten van de hoofdstad Port-au-Prince lag en de beving slechts op acht
kilometer onder de oppervlakte plaatsvond.
Hoeveel doden zijn gevallen is nog niet bekend, wel heeft de Haïtiaanse
premier gezegd dat het er 100.000 zijn. Zeker tienduizenden zijn dakloos
geworden. Het Nationale Paleis is ingestort, evenals het hoofdkantoor van de
vredesmissie van de Verenigde Naties.
De aardbeving heeft „enorme schade aangericht in alle grote wijken” van
Port-au-Prince (dat 2 miljoen inwoners telt), aldus een woordvoerder van het
Internationale Rode Kruis. Volgens een eerste inschatting van het Rode Kruis
zijn drie miljoen inwoners van Haïti op de een of andere manier getroffen,
dat is maar liefst eenderde van de bevolking.
Groot-Brittannië, Frankrijk, Mexico, China, Taiwan en Mexico sturen teams van
reddingswerkers. De Amerikaanse president Obama heeft onmiddellijke hulp
toegezegd. Nederland geeft twee miljoen euro.
Het overwegend katholieke Haïti is een van de armste landen ter wereld. Het
Caraïbische land vormt de helft van het eiland Hispaniola (de Dominicaanse
Republiek vormt de andere helft) en telt 9 miljoen inwoners. Het inkomen per
hoofd van de bevolking bedraagt 386 euro per jaar.
Het doel van de in 2004 ingestelde VN-missie is om de democratie in Haïti te
versterken. De VN-medewerkers houden zich bezig met het organiseren van
verkiezingen, het ontwapenen van gewapende bendes en helpen de politie.
De missie omvatte eind vorig jaar ruim 9.000 medewerkers in uniform, 7.000
militairen en 2.000 politieagenten. Daarnaast werkten er ruim 1.200
internationale civiele medewerkers en 200 lokale medewerkers. De Amerikaanse
oud-president Bill Clinton is speciaal gezant van de VN voor Haïti.
