Gentherapie vergroot werkingsduur Parkinsonmedicatie

Philip Sailors (80 op deze foto uit 2007) heeft een vergevorderde vorm van Parkinson. Hij leeft in een verpleeghuis en heeft hier bezoek van zijn vrouw Barbara.

Huup Dassen

Patiënten met de ziekte van Parkinson worden standaard behandeld met het middel levodopa. Maar meestal werkt dat na vijf tot tien jaar niet meer. Veel patiënten krijgen dan last van dyskinesieën: onwillekeurige tic-achtige bewegingen. Franse en Amerikaanse onderzoekers hebben nu ontdekt dat levodopa langer werkt als met gentherapie in de hersenen het gehalte van het eiwit GRK6 wordt verhoogd.

Bij behandelde ratten en apen nemen de dyskinesieën en andere motorische afwijkingen dan sterk af. Dat lijkt goed nieuws voor de patiënten die na relatief goede jaren dankzij de beschikbare medicijnen de ziekte toch weer zien verergeren (Science Translational Medicine, 21 april).

Parkinson ontstaat als in een bepaald deel van de hersenen (de substantie nigra) abnormaal veel dopamineproducerende cellen verloren gaan. De ziekte is merkbaar als zo’n 60 procent van die cellen uitgevallen is. Dan krijgt een patiënt last van allerlei motorische afwijkingen, zoals voortdurend trillende handen, moeilijk een beweging kunnen beginnen en een karakteristieke voorovergebogen houding. De ziekte is ongeneeslijk, maar levodopa kan de symptomen lang onderdrukken. Het middel wordt in de hersenen omgezet in dopamine. Op de lange termijn komen de symptomen bij vlagen terug en treden bijwerkingen op de voorgrond, waaronder de dyskinesieën. In Nederland leven rond de 50.000 parkinsonpatiënten.

De problemen ontstaan doordat de dopaminereceptoren in de hersenen, de eiwitten waaraan dopamine moet binden wil het effect hebben, geleidelijk steeds minder gevoelig worden. Op den duur verdwijnen ze zelfs. Een paar jaar geleden hebben dezelfde onderzoekers vastgesteld dat het eiwit GRK6 onmisbaar is voor de werking van de receptoren. De hoeveelheid GRK6 neemt echter gestaag af en het neemt de receptoren in zijn kielzog mee.

Daarom gingen de onderzoekers na of toediening van extra GRK6 het effect van de levodopa-behandeling zou kunnen verbeteren. Daartoe brachten zij de menselijke versie van het gen voor dit eiwit met behulp van een onschadelijk gemaakt virus in de hersenen. Aanvankelijk gebeurde dit bij ratten waarin Parkinson was opgewekt, later bij apen met de ziekte. Met goed effect. De tijd is daarmee rijp voor eerste voorzichtige experimenten met mensen.

Gepubliceerd in:
Wetenschap
Nieuwsbrief