Eigen taal is goed voor kleuters

Door onze redacteur Marieke van Twillert

Rotterdam, 3 juni. Ouders kunnen hun kinderen al vroeg voorbereiden op school en „schooltaal” door thuis voor te lezen, verhalen te vertellen en te praten over ‘kennisonderwerpen’, ongeacht of dat in het Turks, Marokkaans-Berbers of Nederlands is. Voor de Nederlandse taalvaardigheid van allochtone kleuters doet de mate waarin zij thuis Nederlands spreken er niet zozeer toe. Vooral „hoogwaardig taalaanbod” is van belang.

Dat blijkt uit onderzoek van pedagoge Anna Scheele, die volgende week vrijdag hoopt te promoveren aan de Universiteit Utrecht. Belangrijker dan de taal is de mate en wijze van communicatie binnen een gezin. In de eigen taal lezen en praten helpt, zeker als ouders geen goede beheersing hebben van academisch Nederlands.

Scheele wilde weten wat de achtergronden zijn van de taalachterstand van jonge kinderen. Kleuters van Marokkaanse of Turkse ouders komen vaak al met een taalachterstand op de basisschool, een achterstand die ze later in hun schoolcarrière nauwelijks of niet meer inhalen.

Verplichte taalles

De uitkomsten zijn opmerkelijk onder meer omdat voormalig minister Van der Laan (Integratie, PvdA) een half jaar geleden heeft voorgesteld de ouders van allochtone kinderen te verplichten taalles te volgen. Dit zou taalachterstanden bij hun kind moeten voorkomen. „Het nut daarvan is vooralsnog niet vastgesteld”, zegt Scheele. „Je zou eerder kunnen pleiten voor een training voor ouders die het taalniveau en taalaanbod omhoog brengt.” Dat kan door een kind voor te lezen, versjes te zingen als ze jong zijn en het te laten vertellen wat het heeft meegemaakt. „Ook dat is abstract, en brengt het taalniveau omhoog.” Wanneer ouders in het Nederlands tegen hun kind praten, terwijl het niet hun eerste taal is, kan dat zelfs contraproductief zijn wanneer dat niet „kwalitatief goed Nederlands is”.

Uit het onderzoek, gefinancierd door de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, bleek dat de Nederlandse kinderen op alle vier de meetmomenten beduidend hoger scoorden op de Nederlandse woordenschattest. Ondanks de gelijke leervermogens bleven de migrantenkinderen bleven bovendien achter wat betreft de woordenschat in hun eerste taal. Dat komt volgens Scheele omdat ze in twee talen worden opgevoed, en daarnaast door het achterblijven van het vroegtijdig stimuleren van beide talen.

Kinderen van Marokkaanse komaf hebben een extra achterstand, omdat de taal Tarifit-Berber geen wijdverbreid schrift heeft. Prentenboeken voor kleuters zijn niet voorhanden. Ook zijn er geen kranten en boeken voor de ouders om hun academisch Berber te versterken. Turkse kinderen komen vaker in aanraking met boeken en taal. Scheele vindt het niet verwonderlijk dat Turks-Nederlandse kinderen zich het snelst ontwikkelden in de Nederlandse schooltaal. „Zij kunnen gebruikmaken van de kennis van hun eerste taal om daarmee sneller Nederlands te leren.”

Onderzoek

In het onderzoek van Scheele waren 58 Nederlandse, 46 Marokkaans-Berberse en 55 Turkse kinderen betrokken. De kinderen komen voornamelijk uit de omgeving van Utrecht en Tilburg en waren tussen de drie en zes jaar oud ten tijde van het onderzoek. Voorafgaand aan de basisschool gingen ze nauwelijks naar kinderopvang buitenshuis. De ouders van de Turks- en Marokkaans-Nederlandse kinderen waren niet in Nederland geboren, dus eerste generatie migranten.

Gerelateerde artikelen:

Gepubliceerd in:
Wetenschap
Binnenland