Oude kou kwam toch niet door explosie
Er zijn geen aanwijzingen dat de koudeperiode van 13.000 jaar geleden, het ‘Jonge Dryas’, het gevolg was van de explosie van een komeet of reuzenmeteoriet in de dampkring.
Volgens de aanhangers van deze theorie zou zo’n explosie in grote delen van Noord-Amerika en Europa megabranden hebben veroorzaakt waarvan de rook de zon voor lange tijd aan het zicht onttrok. Maar volgens Britse onderzoekers is er niets wat op zo’n catastrofale gebeurtenis wijst.
De koudeperiode trad in tijdens het einde van de laatste ijstijd, toen het op aarde al weer geleidelijk warmer werd. Maar 12.900 jaar geleden werd het opeens weer tien graden kouder. Deze koudeperiode duurde 1.300 jaar en wordt het Jonge Dryas genoemd, naar het toendraplantje Dryas octopetala (zilverkruid). In Noord-Amerika stierven toen vele planten en zoogdieren uit.
Enkele jaren geleden opperden de Amerikaanse onderzoekers Richard Firestone en Douglas Kennett dat de kou misschien werd veroorzaakt door de inslag van een komeet of planetoïde. De intense hitte daarvan zou catastrofale natuurbranden hebben veroorzaakt die lange tijd heel veel stof in de atmosfeer brachten.
Firestone en Kennett baseren hun theorie op een aardlaag met verschroeid organisch materiaal die uniek zou zijn voor het begin van het Jonge Dryas. Andrew Scott en collega’s hebben nu echter aangetoond dat dit materiaal, zoals koolstofbolletjes en houtskooldeeltjes, helemaal niet uniek is voor deze laag. Die deeltjes zitten ook in aardlagen die duizenden jaren ouder en jonger zijn. Ze ontstaan tijdens periodiek optredende natuurbranden.
Verder blijken de vorm en structuur van de koolstofbolletjes overeen te komen met die van 'sclerotia', klompjes verharde schimmeldraden. Dat wijst niet op de verzengende hitte van een inslag en een megabrand. Als zulke klompjes boven de 350 graden worden verhit, verliezen zij hun structuur.
Volgens Scott laat het nieuwe onderzoek weinig heel van de theorie dat de abrupte klimaatverandering die het Jonge Dryas inluidde, veroorzaakt werd door een object uit de ruimte. ‘Deze theorie is in sommige kringen erg populair, maar wordt door niets ondersteund’, aldus Scott. Het onderzoek van Scott en collega’s wordt binnenkort gepubliceerd in de Geophysical Research Letters.
