De keizerspinguïn sterft deze eeuw uit

Een pinguïnkolonie op de Zuidpool, in de zogenoemde Auster Rookery, het Australische deel van de pool.
Door onze redacteur Marcel Haenen

Van de keizerspinguïn zijn er nog nooit zo veel geteld, maar de ironie wil dat de soort uitsterft. Met satellieten brengen onderzoekers het lot van het dier in kaart.

Boston, 2 sept. Hij is een van de grootste en mooiste vogels ter wereld. Het dier leeft ver verwijderd van de menselijke beschaving, aan de ijskoude onderkant van de aarde. Maar over honderd jaar is hij waarschijnlijk nauwelijks nog te vinden. Nog deze eeuw sterft de keizerspinguïn (Aptenodytes forsteri) uit, voorspelt de Franse ecoloog Stephanie Jenouvrier. Zij is vrijdag 3 september de slotspreker op de International Penguin Conference in Boston waar ruim tweehonderd ‘pinguïnologen’ zich een week lang buigen over de pinguïn.

Het is de opwarming van het klimaat die het treurige lot van de keizer onder de achttien verschillende pinguïnsoorten bepaalt. Het leefgebied van de 120 centimeter lange en een dikke 40 kilo wegende vogel smelt onheilspellend snel. Jenouvrier: „De keizerspinguïn leeft op ijs en is extreem gevoelig voor het stijgen van de temperatuur. Het uitbroeden van het ei in de Antarctische winter en het grootbrengen van het jong is zo’n delicaat proces dat verstoring van het milieu fatale gevolgen heeft.”

Tegelijkertijd meldden Peter Fretwell en Phil Trathan van de British Antarctic Survey op de conferentie dat er niet 28, maar zeker 43 kolonies van keizerspinguïns op Antarctica bestaan. De Britse biologen noemen hun studie penguins from space. Met satellietfoto’s met hoge resolutie brachten ze alle kolonies in kaart door te zoeken naar gebieden met karakteristieke bruine poepsporen in de meestal witte wereld van Antarctica.

„Het is de eerste keer dat een diersoort met behulp van hogeresolutiesatellietfoto’s in kaart wordt gebracht”, zegt Trathan. De grote moeilijkheid bij het bestuderen van de kolonies keizerspinguïns is dat ze op slecht toegankelijke plekken liggen. Hoeveel van die vogels er zijn was daardoor niet precies bekend. Fretwell en Trathan tellen nog, maar de uitkomst ligt tussen de 200.000 tot 300.000 broedparen. Trathan: „Met die informatie en de onderzoeksmodellen van Jenouvrier kunnen in de toekomst de effecten van de opwarming van de aarde voor de pinguïns nauwgezet worden gevolgd.”

Met haar studie oogst de relatief jonge Jenouvrier (33), verbonden aan het oceanografisch instituut van Woods Hole in Massachusetts, grote bewondering onder haar collega’s. Ze koppelde als eerste demografische informatie over de vogelpopulatie aan gegevens over klimaatverandering. Jenouvrier zegt dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de keizerspinguïn zich aan een warmere temperatuur op aarde weet aan te passen. „Verandering van gedrag van de vogel gaat veel langzamer dan de snelheid waarmee de opwarming van de aarde zich voltrekt.”

De grootste pinguïn wacht volgens haar hetzelfde lot als de reuzenalk (de ‘pinguïn’ van het noordelijk halfrond) die 150 jaar geleden het loodje legde, en de dodo, die ruim 300 jaar geleden op Mauritius voor het laatst werd waargenomen. Allemaal vogels die het vliegen verleerden.

Smelten van zeeijs betekent voor de keizerspinguïn niet alleen het verlies van zijn woongebied, maar het verstoort ook de voedselketen. Onder het ijs groeien algen die worden gegeten door krill, kleine garnaaltjes. Vissen eten krill en de pinguïns leven van beide diersoorten. „Door het smelten van het ijs komen bovendien de net geboren pinguïns al in zee terecht terwijl het verenkleed nog niet waterdicht is. Daardoor sterven ze”, aldus Jenouvrier.

De conclusies van Jenouvrier over het naderende uitsterven van de grote vogel zijn gebaseerd op informatie die ze verzamelde bij de kolonie keizerspinguïns op Terre Adélie, op loopafstand van het Franse onderzoeksstation Dumont d’Urville. Franse wetenschappers hebben daar vanaf 1962 de populatie onderzocht. Tussen 1972 en 1982 nam op die plek als gevolg van een plotselinge stijging van de temperatuur de hoeveelheid ijs met 11 procent af. Dat halveerde de populatie keizerspinguïns. „Volgens alle modellen van het klimaatpanel van de Verenigde Naties zal het smelten van ijs zich de komende jaren sneller voltrekken. De kans op een dramatische afname van de populatie, met meer dan 95 procent, bedraagt tussen de 40 à 80 procent. Het aantal broedparen van keizerspinguïns zal op Terre Adélie dalen van 6.000 naar 400 voor het einde van deze eeuw.” De nog meer zuidelijke kolonies keizerspinguïns, zoals in de Ross-ijszee, zijn nog stabiel, maar ook daar zal opwarming volgens haar straks haar tol eisen.

Gepubliceerd in:
Wetenschap